Herijking faillissementsrecht


Het Wetgevingsprogramma Herijking Faillissementsrecht bestaat uit een drietal pijlers, namelijk (i) de bestrijding van faillissementsfraude, (ii) de bevordering van het reorganiserend vermogen van bedrijven en (iii) de modernisering van de faillissementsprocedure. Binnen binnen deze pijlers wordt gewerkt aan verschillende wetsvoorstellen.

Hieronder wordt enkel ingegaan op de eerste pijler. 

 

Bestrijding van faillissementsfraude 


Deze pijler behelst maatregelen die beogen laakbaar handelen bij of voorafgaand aan faillissementen aan te pakken. De betreffende maatregelen vinden hun weerslag in drie wetsvoorstellen, namelijk:

  1. de herziening van het strafrechtelijk faillissementsrecht, 
  2. de introductie van de mogelijkheid tot oplegging van een civielrechtelijk bestuursverbod, en
  3. de versterking van de positie van de curator.

 

Herziening strafbaarstelling faillissementsfraude (33 994)

Dit eerste wetsvoorstel, de herziening van het strafrechtelijk faillissementsrecht,  moderniseert in het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de economische delicten de mogelijkheden voor opsporing en vervolging en voorkoming van faillissementsfraude. Met dit voorstel wordt de wettelijke positie van de curator versterkt door het niet juist voeren van de administratie en het bewaren daarvan strafbaar te stellen.
 

18 juli 2014

Ingediend op

Het wetsvoorstel treedt per 1 juli 2016 in werking. 

Het voorstel is op 23 juni 2015 met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 5 april 2016 als hamerstuk afgedaan.


Stand van zaken

 



Documenten

 

Laatste document

 

 

Wet civielrechtelijk bestuursverbod (34 011)
 

Dit wetsvoorstel voegt aan de Faillissementswet de mogelijkheid toe om een civielrechtelijk bestuursverbod, van ten hoogste 5 jaren, op te leggen aan een bestuurder die faillissementsfraude pleegt of zich schuldig heeft gemaakt aan wangedrag in aanloop naar een faillissement. De regering wil hiermee faillissementsfraude en onregelmatigheden rond een faillissement bestrijden en voorkomen dat frauduleuze bestuurders hun activiteiten voort kunnen zetten.

Een bestuurder met een bestuursverbod, mag ook geen bestuursfunctie of commissariaat uitoefenen bij een andere organisatie. Een bestuursverbod wordt opgelegd door de civiele rechter op verzoek van het Openbaar Ministerie (OM) of op verzoek van de curator in het kader van het faillissement van een rechtspersoon waar de betrokkene bestuurder was.

 

1 september 2014

Ingediend op

Het wetsvoorstel treedt per 1 juli 2016 in werking.

Het voorstel is op 23 juni 2015 met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 5 april 2016 als hamerstuk afgedaan.
 


Stand van zaken

 


 

Documenten
 

Publicatie wet d.d. 25 april 2016

Laatste document

 

Wet Versterking positie curator (34 253)

Dit derde wetsvoorstel heeft eveneens tot doel een bijdrage te leveren aan de bestrijding van faillissementsfraude. In dit wetsvoorstel wordt daartoe de positie van de curator versterkt. Ten eerste door de informatiepositie van de curator te versterken door de inlichtingen-, medewerkingsplichten en de plicht tot het overleggen van de administratie in faillissement te verduidelijken en te versterken. Ten tweede voorziet dit wetsvoorstel in de wettelijke institutionalisering van de fraudesignalerende rol van de curator en in een versterking hiervan door te voorzien in vervolgstappen voor de curator als hij in het faillissement onregelmatigheden signaleert. De versterking van de informatiepositie en van de fraudesignalerende rol van de curator zijn bedoeld om bij te dragen aan het vergroten van het boedelactief.

Het wetsvoorstel versterking van de positie van de curator is in juli 2015 bij de Tweede Kamer ingediend. 

 

10 juli 2015

Ingediend op

Wetsvoorstel is aanhangig bij de Tweede Kamer. 

Stand van zaken

Documenten

Verslag d.d. 15 oktober 2015 

 

 

Laatste document

 

Deze pagina is voor het laatst geupdate op 25 maart 2016.