Overgangs(recht)perikelen, informatieplicht en administratieplicht

Rechtbank Limburg 14 mei 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:4459

De rechtbank kan uit de bewijsmiddelen niet opmaken de bestuurder van de gefailleerde onderneming de ontbrekende administratie niet heeft opgemaakt/laten opmaken, of deze niet is bewaard of dat die administratie wel is opgemaakt en bewaard, maar (alleen) niet is overgelegd. Omdat het niet overleggen, oftewel ‘tevoorschijn brengen’ van de boekhouding op zichzelf al strafbaar is, kan in het midden blijven waarom dat niet is gebeurd. De rechtbank acht daarmee bewezen dat het aan de verdachte te wijten is geweest dat hij in van maart 2015 tot en met juni 2016 als bestuurder van de onderneming, niet (volledig) heeft voldaan aan de in de wet omschreven verplichting om de boekhouding tevoorschijn te brengen.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Overwegingen Rb over strafbaarheid onder art. 344a Sr & witwassen

Rechtbank Noord-Nederland 13 mei 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:2071

Verdachte was (middellijk) bestuurder van een aantal vennootschappen. Om liquiditeitskrapte in deze vennootschappen op te lossen heeft hij verschillende kredieten afgesloten bij een bank onder verpanding van goederen. Daartoe heeft verdachte doelbewust valse facturen, e-mailberichten en een bankafschrift opgemaakt en aan de bank overgelegd.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Hogere gevangenisstraffen voor beleggingsfraude Centurion

Twee mannen die leiding gaven aan Centurion Vastgoed B.V. zijn voor het plegen van grootschalige beleggingsfraude door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op woensdag 12 juni 2019 in hoger beroep veroordeeld tot celstraffen van 6 en 5 jaar. De beide mannen zijn veroordeeld voor oplichting, bedrieglijke bankbreuk en valsheid in geschrift. Daarnaast zijn zij schuldig aan witwassen. Een derde leidinggevende van het bedrijf werd al eerder door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Conclusie AG over het bewezenverklaarde handelen ‘ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers’ & sinds 1 juli 2016 verlaagde strafmaximum

Parket bij de Hoge Raad 9 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:529

Het tweede, derde en vierde middel keren zich tegen de bewezenverklaring onder 1, 2 en 3, kort gezegd de faillissementsdelicten, in het bijzonder van het handelen ‘ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers’. Het vijfde middel klaagt dat het hof (bij de strafoplegging) geen rekening heeft gehouden met de wetswijziging van 1 juli 2016, waardoor ‘de bewaar- en administratieplicht uit artikel 341 Sr is geschrapt en in twee nieuwe artikelen is ondergebracht, namelijk de artikelen 344a en 344b Sr, waarbij het opzettelijk niet voldoen aan de administratie- en bewaarplicht thans met een aanzienlijk lager strafmaximum wordt bedreigd’.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Rb houdt bij strafmaat rekening met nieuwe afzonderlijke strafbaarstelling in art. 344a Sr

Rechtbank Amsterdam 2 mei 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:3095

Een 49-jarige man is als bestuurder van een vennootschap veroordeeld tot 14 maanden gevangenisstraf voor bedrieglijke bankbreuk. Hij heeft, toen hij wist dat een faillissement niet meer kon worden voorkomen, een schuldeiser bevoordeeld en geld aan de boedel van de vennootschap onttrokken. Ook heeft hij samen met de medebestuurder niet voldaan aan zijn verplichting een volledige administratie te voeren en deze tevoorschijn over te leggen. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk gebruik maken van valse overeenkomsten van geldlening. Het tijdsverloop tussen de start van het onderzoek en de dag van strafoplegging maakt dat de straf lager uitvalt dan de eis van de officier van justitie.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF