Beroep op psychische overmacht verworpen

Rechtbank Rotterdam 11 juli 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:5592

De verdachte heeft als bestuurder van een rechtspersoon niet voldaan aan zijn wettelijke verplichtingen om een volledige administratie te voeren, te bewaren en, nadat de rechtspersoon failliet was verklaard, aan de curator ter beschikking te stellen. De verdachte heeft geprobeerd onder zijn verplichtingen uit te komen door de (aandelen in de) rechtspersoon, in het zicht van een naderend faillissement, te verkopen aan een katvanger. Daarnaast heeft hij niet voldaan aan zijn wettelijke verplichting om de curator van (de juiste) inlichtingen te voorzien. De verdachte heeft hierbij tevens opzettelijk verkeerde inlichtingen aan de curator gegeven, o.a. door valse stukken op te maken en deze aan de curator over te leggen.

Standpunt verdediging/officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder feit 1 ten laste gelegde. De verdachte heeft blijkens het dossier onjuiste inlichtingen aan de curator gegeven over het faillissement en op andere punten geen informatie gegeven. De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor wat betreft het onder feit 2 primair ten laste gelegde niet verantwoorden van de baten en het onttrekken van goederen aan naam bedrijf 1 De ten laste gelegde boekhoudplicht rustte als (voormalig) bestuurder van naam bedrijf 1 wel op hem, zodat ten aanzien van dit onderdeel een bewezenverklaring dient te volgen. De verdachte heeft daarbij het opzet gehad bij de benadeling van schuldeisers voor wat betreft het niet voeren van een boekhouding. Zijn betrokkenheid bij deze handelingen volgt uit de bewijsmiddelen in het dossier. Zijn ter terechtzitting afgelegde verklaring over de bedreiging door criminele derden is niet aannemelijk geworden en is alleen al om die reden geen reden voor een ontslag van alle rechtsvervolging.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde feiten. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zijn eerdere verklaringen over het overhandigen van de administratie aan medeverdachte naam medeverdachte niet juist waren. De verdachte heeft stukken vervalst en heeft deze aan de curator gegeven. Hij heeft niet de bedoeling gehad om enig schuldeiser te benadelen. Hij heeft enkel zo gehandeld om te ontkomen aan de druk van de curator. De verdachte beschikte namelijk niet over de boekhouding, omdat hij het bedrijf onder bedreiging van twee personen op zijn naam heeft laten zetten en vervolgens de naam van het overgenomen bedrijf heeft veranderd in naam bedrijf 1 De verdachte voelde zich dusdanig bedreigd door deze personen dat hij geen weerstand durfde te bieden aan hetgeen zij vroegen en ook geen aangifte durfde te doen. De verdachte is enkel formeel bestuurder geweest en heeft verder geen handelingen verricht binnen het bedrijf. Wel heeft hij een bankrekening geopend. Hij is een onvrijwillige katvanger geweest en is van mening dat hierdoor de plicht om (juiste) inlichtingen te verstrekken aan de curator niet op hem rustte. Daarnaast heeft hij met zijn handelen geen opzet gehad op de benadeling van de schuldeisers van het bedrijf, ook niet in voorwaardelijke zin. Het dossier bevat daarvoor geen bewijs, zodat de verdachte dient te worden vrijgesproken.

Beoordeling rechtbank

De rechtbank is, net als de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van het onder feit 2 primair ten laste gelegde niet verantwoorden van de baten en het onttrekken van goederen aan naam bedrijf 1 De verdachte dient van dit gedeelte van de tenlastelegging te worden vrijgesproken. Dit ligt anders ten aanzien van het ten laste gelegde onder feit 1 en de onder feit 2 primair ten laste gelegde boekhoudplicht.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte van 25 januari 2012 tot 11 mei 2012 bestuurder en aandeelhouder was van naam bedrijf 1 Hij werd opgevolgd door naam bedrijf 2, waarvan naam medeverdachte bestuurder was. naam medeverdachte heeft verklaard bij die overdracht geen administratie te hebben ontvangen van verdachte.

De verklaring van de verdachte dat hij onder bedreiging van twee personen heeft gehandeld, is niet aannemelijk geworden. De verdachte heeft zich voorafgaand aan de terechtzitting nooit uitgelaten over deze nu gestelde gang van zaken, ook niet destijds bij de curator. Integendeel, nadat hij door de curator werd verzocht inlichtingen te verschaffen ten behoeve van een juiste afwikkeling van het faillissement, heeft hij stukken overhandigd. Daarmee heeft de verdachte naar het oordeel van de rechtbank bewust blijk gegeven zich als bestuurder op te stellen en heeft hij tegelijkertijd opzettelijk verkeerde inlichtingen gegeven. De verdachte heeft ter zitting immers verklaard dat het valse stukken betrof die hij zelf had opgesteld.
Als bestuurder was de verdachte verantwoordelijk voor de administratie van het bedrijf en lag op hem, als bestuurder, de verplichting erop toe te zien dat de overdracht van het bedrijf op de juiste wijze plaatsvond en dat daarbij de (volledige) administratie werd overgedragen aan de volgende bestuurder. Dat is de taak en de verantwoordelijkheid van een bestuurder. Als verdachte tegen zijn wil in bestuurder is geworden, dan had hij dat, eventueel op informele wijze, moeten melden bij de politie en/of de Kamer van Koophandel. Dat heeft hij niet gedaan. Uit deze omstandigheden en het handelen van de verdachte volgt naar het oordeel van de rechtbank het opzet op de bedrieglijke korting van de rechten van de schuldeisers van het bedrijf. Het verweer wordt verworpen.

Conclusie

Bewezen is het onder feit 1 en feit 2 primair voor wat betreft de boekhoudplicht ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde niet verantwoorden van de baten en het onttrekken van goederen aan naam bedrijf 1 dient de verdachte partieel te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

  • Feit 1: als bestuurder van een rechtspersoon die in staat van faillissement is verklaard, wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen zonder geldige reden wegblijven, weigeren de vereiste inlichtingen te geven en opzettelijk verkeerde inlichtingen geven;

  • Feit 2 primair: als bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon niet voldoen aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in dit artikel bedoeld.

Strafbaarheid verdachte

De verdediging heeft betoogd dat de verdachte een beroep op psychische overmacht toekomt, omdat hij heeft gehandeld nadat hij door twee personen is bedreigd met onder andere een vuurwapen. De verdachte voelde zich dusdanig bedreigd door deze personen dat hij geen weerstand kon bieden of aangifte durfde te doen. De verdachte dient daarom ten aanzien van het bewezenverklaarde te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

De officier van justitie heeft betoogd dat de verklaring van de verdachte over de bedreiging niet aannemelijk is geworden, zodat een beroep op psychische overmacht niet zal kunnen slagen.

Beoordeling

Hetgeen hiervoor bij de bewijsmotivering is overwogen brengt tevens met zich dat een beroep op psychische overmacht niet kan slagen, omdat de omstandigheden waarop de verdachte zich beroept niet aannemelijk zijn geworden. Het verweer wordt verworpen.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

Strafoplegging

  • een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar

  • een taakstraf voor de duur van 80 uren

De rechtbank houdt namelijk bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf rekening met het feit dat de redelijke termijn in de zin van artikel 6 EVRM in deze zaak zeer fors is overschreden. Daarnaast houdt de rechtbank bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening met de omstandigheid dat het niet voldoen aan de verplichtingen tot het voeren van een administratie en het aan de curator verstrekken daarvan sinds 1 juli 2016 niet langer strafbaar is gesteld in artikel 343 Wetboek van Strafrecht, maar afzonderlijk strafbaar is gesteld in artikel 344a Wetboek van Strafrecht en dat daaraan een lager strafmaximum is verbonden. Om die reden zal ten aanzien van de strafmaat de nieuwe strafbepaling in het voordeel van de verdachte worden toegepast.

Lees hier de volledige uitspraak.



Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF