Verdachte heeft de (aandelen van de) rechtspersoon in het zicht van een naderend faillissement verkocht aan een katvanger

Rechtbank Rotterdam 11 juli 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:5595

De verdachte heeft als bestuurder van een rechtspersoon niet voldaan aan zijn wettelijke verplichtingen om een volledige administratie te voeren. Hij heeft voorts op naam van de vennootschap schulden gemaakt en deze onbetaald gelaten en daarnaast heeft hij een aantal maal geld aan de vennootschap onttrokken. De verdachte heeft vervolgens geprobeerd onder zijn persoonlijke aansprakelijkheid uit te komen door de (aandelen van de) rechtspersoon in het zicht van een naderend faillissement te verkopen zonder zich verder te bekommeren om de schuldeisers. Van het verstrekken van een volledige administratie bij de overdracht is niet gebleken.

Ontvankelijkheid officier van justitie feit 1

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde in verband met verjaring. Ten laste gelegd is de periode van 17 juli 2012 tot en met 26 oktober 2012. De eerste daad van vervolging dateert van februari 2019, zodat het onder feit 1 ten laste gelegde gelet op de wetssystematiek is verjaard op 26 oktober 2018.

De verdediging heeft zich ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het onder feit 1 ten laste gelegde is verjaard, omdat de eerste daad van vervolging dateert van februari 2019. Deze datum ligt na de voor artikel 194 van het Wetboek van Strafrecht geldende verjaringstermijn van zes jaren, zodat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging voor dit feit.

De officier van justitie is niet-ontvankelijk ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde.

Bewijswaardering feit 2

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het onder feit 2 primair ten laste gelegde. De verdachte is bestuurder geweest van het bedrijf naam bedrijf 1, welk bedrijf hij op 23 januari 2012 heeft overgedragen aan de stichting naam stichting. De medeverdachte naam medeverdachte (verder: naam medeverdachte ) was daarvan de bestuurder. De aandelen zijn daarbij verkocht voor € 1,00, omdat de stichting ook de schulden van het bedrijf zou overnemen. Uit het dossier volgt dat naam medeverdachte als katvanger heeft gefungeerd bij de overdracht van het bedrijf. De verdachte is echter, ook nadat hij het bedrijf had overgedragen, vanwege zijn voormalige positie als bestuurder strafrechtelijk aansprakelijk voor zijn verplichtingen op grond van artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, temeer omdat door hem een katvanger naar voren is geschoven als opvolgend bestuurder. In de tijd dat de verdachte de bestuurder was, zijn ook goederen doorverkocht, baten niet verantwoord en zijn er contante opnames gedaan. Daarnaast ontving het bedrijf betalingen die niet in de boekhouding zijn verwerkt en ook niet zijn verantwoord tegenover de curator. De verdachte heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat het bedrijf veel schulden had. De onttrekkingen uit de boedel en het niet verantwoorden van de baten zijn dan ook gepleegd ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 2 ten laste gelegde. De verdachte stelt zich op het standpunt dat hij is misbruikt door naam medeverdachte en consorten. Hij heeft niets te maken met het ten laste gelegde. De verdachte is benaderd door een zaakwaarnemer die het bedrijf naam bedrijf 1 wilde overnemen en de verdachte heeft daarbij een notaris gekozen voor de aandelenoverdracht. De verdachte heeft erop vertrouwd dat deze notaris te goeder trouw was en de overdracht naar behoren zou afhandelen. Dit is - zo blijkt achteraf - niet gebeurd, maar dat is niet te wijten aan de verdachte. De verdachte heeft erop vertrouwd dat na afgifte van de sleutel van het kantoor aan de notaris en met achterlating van de goederen in de bedrijfsruimte het bedrijf op juridisch juiste wijze zou worden overgedragen. De verdachte is niet bekend met de contante opnames. Hij is ook onbekend met de transacties zoals die in het dossier voorkomen, met uitzondering van de transactie inzake Redcoon.

De andere bestellingen moeten door anderen zijn gedaan.

Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat de verdachte van 10 november 2011 tot 23 januari 2012 bestuurder is geweest van naam bedrijf 1 Op laatstgenoemde datum zijn de aandelen in deze vennootschap overgedragen aan (feitelijk) naam medeverdachte. De vennootschap is op 17 juli 2012 failliet verklaard. De curator heeft vervolgens geconstateerd dat de schulden in de vennootschap zijn ontstaan in de periode dat de verdachte formeel bestuurder was en dat er geen boekhouding/administratie aan hem is overgelegd.

Als bestuurder was de verdachte verantwoordelijk voor de administratie van het bedrijf en had hij er de volledige zeggenschap over. Uit niets blijkt dat de verdachte op enig moment een deugdelijke administratie heeft gevoerd. Voorts had de verdachte als bestuurder de verplichting erop toe te zien dat de overdracht op juiste wijze plaatsvond en dat daarbij een volledige administratie werd overgedragen aan de (op)volgende bestuurder. De verdachte kan zich op dit punt niet verschuilen achter een notaris.

Door de raadsman is gewezen op een tussenbalans die zou zijn gewaarmerkt door de verkoper en die zou zijn gevoegd bij de akte van levering van de aandelen. Deze tussenbalans heeft de rechtbank niet in het dossier aangetroffen, en is ook niet door verdachte alsnog overgelegd. Wat daar ook van zij, een gewaarmerkte tussenbalans is veelal bedoeld om de waarde van de (aandelen van een) rechtspersoon te bepalen aan de hand van het aanwezige vermogen en ontslaat de bestuurder in het geheel niet van de verplichting om de (onderliggende) boekhouding over te dragen. Naar het oordeel van de rechtbank vormt het eventueel opstellen van een tussenbalans evenmin een aanwijzing dat is voldaan aan de boekhoudplicht.
Uit het dossier leidt de rechtbank verder af dat de verdachte wist dat het 1) niet goed ging met het bedrijf, omdat de schulden de baten overtroffen en 2) dat vanuit het bedrijf contante opnames zonder zakelijk doel werden gedaan. De verdachte heeft daarover bij de rechter-commissaris immers verklaard dat hij met zijn bedrijf aanzienlijke schulden heeft gemaakt door goederen te bestellen en deze niet te betalen. Bij de FIOD heeft hij verklaard dat hij de enige gemachtigde was van de ABN-AMRO bankrekening van naam bedrijf 1 en dat hij ook de enige was die beschikte over de bankpas van die rekening. Als bestuurder van het bedrijf was de verdachte ook degene die toezicht had op de geldstromen. Al met al moet verdachte al enige tijd hebben geweten dat een faillissement in het verschiet lag. Vervolgens heeft verdachte de aandelen in de vennootschap overgedragen zonder zich verder te bekommeren om de belangen van de schuldeisers. Uit deze omstandigheden en het handelen van de verdachte volgt naar het oordeel van de rechtbank het opzet op de bedrieglijke korting van de rechten van de schuldeisers van het bedrijf. Het verweer wordt daarom verworpen.

Het onder 2 primair ten laste gelegde feit is wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

  • Feit 2 Primair: Als bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon

    • baten niet verantwoorden en

    • enig goed aan de boedel onttrekken en

    • niet voldoen aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in dit artikel bedoeld, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

  • een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar

  • een taakstraf van 120 uren

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF