Celstraffen tot 36 maanden geëist voor faillissementsfraude

Het Openbaar Ministerie heeft op 20 juni voor de rechtbank in Zwolle gevangenisstraffen tot 36 maanden geëist tegen drie verdachten van faillissementsfraude. Volgens het OM hebben verdachten gedurende een periode van twee jaar deelgenomen aan een criminele organisatie die zich op grote schaal bezig hield met onder meer faillissementsfraude.

Twee van de verdachten hadden samen een juridisch advies- en boekhoudkantoor waarin ze bedrijven hielpen die financieel aan de rand van de afgrond stonden. Ze namen dergelijke bedrijven over en benoemden de derde verdachte als katvanger om de formele bestuurdersfunctie te vervullen. Deze derde verdachte wist in werkelijkheid niets van de feitelijk activiteiten van dat bedrijf. Korte tijd nadat hij aantrad ging het bedrijf failliet. Vlak daarvoor werd het beetje activa dat nog in het betreffende bedrijf zat veilig gesteld door de verdachte.

Curatoren buiten spel gezet

Administratie was niet voorhanden en inlichtingen werden niet verstrekt aan de curatoren. Die waren daardoor niet in staat om tot een correcte afhandeling van de faillissementsboedels te komen. Fraudes werden daarmee afgedekt, zoals uit het strafrechtelijk onderzoek is gebleken. “Malversaties waar de curatoren nooit de vinger achter hadden kunnen krijgen omdat hen de middelen om onderzoek te doen door de verdachten werd onthouden. Zonder een strafrechtelijk onderzoek zouden de onttrekkingen en de feitelijke gang van zaken niet boven water zijn gekomen.”, aldus de officier.

Criminele organisatie

Volgens het OM vormden de verdachten een criminele organisatie die zich gedurende een periode van twee jaar op grote schaal bezig hield met onder meer faillissementsfraude. De twee hoofdverdachten gaven leiding aan deze organisatie, de derde verdachte werd ingezet als katvanger. Het strafrechtelijk onderzoek was gericht op 6 faillissementen waarbij verdachten betrokken waren.

Strafmaat en strafeisen

Een hoge en afschrikwekkende straf is volgens de officier op dit soort georganiseerde, ingenieuze en vaak herhaalde fraude noodzakelijk. Daarboven op komt de proceshouding van verdachten en de veroordeling voor soortgelijke feiten van een van de hoofdverdachten.

Het OM meent dan ook dat hier geen andere straf past dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur. Daarnaast passen andere maatregelen die er voor moeten zorgen dat de maatschappij langdurig van dit soort praktijken van de verdachten verschoond blijft.

Tegen de eerste verdachte eist de officier een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden, waarop een strafkorting van 3 maanden in verband met overschrijding van de redelijke termijn, derhalve 33 maanden.

De tweede verdachte hoorde een gevangenisstraf van 30 maanden tegen zich eisen met een strafkorting van 3 maanden in verband met overschrijding van de redelijke termijn, derhalve 27 maanden.

Tegen de derde verdachte eiste zij een gevangenisstraf van 24 maanden, waarop een strafkorting van 3 maanden in verband met overschrijding van de redelijke termijn, derhalve 21 maanden. De officier acht de rol van deze verdachte zeer kwalijk. De “katvanger” is volgens haar vaak de sneue figuur, waar toch al niets meer “valt te halen”, de kale kip. Hij laat zich gewetenloos tegen een vaak relatief geringe vergoeding gebruiken als instrument voor derden. Hij berokkent met zijn opstelling de maatschappij veel schade.

Tevens eist het OM dat de verdachten worden ontzet van de uitoefening van het beroep van het zijn van statutair bestuurder van rechtspersonen voor de periode van 5 jaar ingaande nadat zij hun straffen hebben uitgezeten.

Daarnaast eist het OM openbaarmaking van het vonnis, met vermelding van de personalia van verdachten.

De rechtbank doet op 18 juli 2019 uitspraak.

Bron: OM

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF