Tot 3 jaar gevangenisstraf geëist voor faillissementsfraude bouwondernemer

Het Openbaar Ministerie heeft voor de Rechtbank in Zwolle gevangenisstraffen tot 3 jaar geëist tegen vier verdachten van stelselmatige faillissementsfraude. Het OM verwijt verdachten betrokkenheid bij meerdere faillissementen, waarin steeds hetzelfde bouwproject een rol speelde en waarin faillissementsfraude is gepleegd.

Het gaat het om het niet verstrekken van (volledige) informatie aan de curator en vermoedelijke onttrekkingen aan de boedel. Het tekort in de boedel van de drie opeenvolgende faillissementen was circa 3,5 miljoen euro.

Volgens het OM heeft de hoofdverdachte, bouwondernemer, geen administratie gevoerd om de fraude te verbloemen  en de werkzaamheden voor de curatoren daarmee ernstig bemoeilijkt. Daarnaast heeft hij belastingfraude gepleegd, wat ten koste ging van de Belastingdienst en daarmee de samenleving. Met zijn handelen heeft hij crediteuren benadeeld en zichzelf verrijkt.

Verdachte meent dat de strenge winter en het instorten van de huizenmarkt, als gevolg van de financiële crisis, de oorzaak van de faillissementen is geweest. Hij ziet de door hem begaande strafbare feiten als  broddelwerk van de Belastingdienst, de curatoren en de FIOD en voelt zich vrij van alle schuld. Gedurende het onderzoek heeft hij op geen enkele wijze blijk gegeven van de verwijtbaarheid van zijn handelen en de gevolgen die daarmee gepaard zijn gaan.

Strafmaat

Het OM is van mening dat de duur en het patroon van het frauduleuze gedrag waarbij de hoofdverdachte van meerdere rechtspersonen misbruik heeft gemaakt, strafverzwarend is.

Een gevangenisstraf van 3 jaar waarvan ½ jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar vind de officier hier op zijn plaats. Daarnaast vordert hij een bestuursverbod voor de duur van 2 jaren.

Tegen de tweede verdachte, echtgenote van de hoofdverdachte, eist de officier een gevangenisstraf van 5 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Zij heeft samen met haar man inkomsten gegenereerd waarvan zij geen opgaaf hebben gedaan bij de curator. Van dat geldbedrag hebben zij zichzelf verrijkt en de crediteuren benadeeld.

De derde verdachte, die de administratie voerde van de failliete rechtspersonen en medeplichtig is aan de belastingfraude, hoorde een gevangenisstraf van 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren tegen zich eisen.

Tegen de vierde verdachte, medeplichtig aan het faillissement van een van de drie rechtspersonen, eist de officier een taakstraf van 120 uur en een geldboete van EUR 15.000.

De rechtbank doet op maandag 20 mei 2019 uitspraak.

Bron: OM

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF