Veroordeling wegens opzettelijk goed onttrekken aan beslag. Geen sprake van een formeel onrechtmatig beslag.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1529

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 25 september 2015 te plaats, gemeente, opzettelijk een personenauto (van het merk Daimlerchrysler voorzien van het Duitse kenteken), waarop door aangever (in opdracht van betrokkene ), op grond van het vonnis van de Rechtbank Overijssel d.d. 18 februari 2004, in elk geval krachtens de wet, beslag was gelegd, aan dat beslag heeft onttrokken.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Door de verdediging is vrijspraak bepleit. Daartoe is ten eerste aangevoerd dat geen sprake is van 'onttrekken' in de zin van artikel 198 van het Wetboek van Strafrecht. Ten tweede is aangevoerd dat sprake is van een formele fout. De advocaat van verdachte heeft op 17 september 2015 een brief aan de deurwaarder gestuurd waarin is gesteld dat het beslag op de auto geen doel trof. De deurwaarder had om die reden een voorziening als bedoeld in artikel 438 lid 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) aan de voorzieningenrechter moeten vragen. Nu de deurwaarder dit niet heeft gedaan, is sprake van formele onrechtmatigheid, aldus de raadsvrouw. Ten derde had verdachte, nu de auto toebehoorde aan het bedrijf van verdachte, privé niets over de auto te zeggen en kon hij de auto derhalve niet onttrekken.

Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder als volgt.

Krachtens artikel 438 lid 1 Rv worden geschillen die rijzen in verband met een executie gebracht voor de burgerlijke rechter. Blijkens het tweede lid van voornoemd artikel kan door de beslagene/executant daartoe ook een kort geding worden aangespannen teneinde bijvoorbeeld de executie voor bepaalde tijd te schorsen dan wel een andere voorziening te eisen. Artikel 438 lid 4 Rv - de bepaling waarop de raadsvrouw zich beroept - biedt de deurwaarder die met de executie van het beslag is belast een mogelijkheid om zich in daar voor geëigende gevallen tot de voorzieningenrechter te wenden indien hij op een bezwaar stuit. De deurwaarder is geenszins gehouden om de weg van artikel 438 lid 4 Rv te bewandelen. Dat de deurwaarder geen voorlopige voorziening heeft verzocht, maakt niet dat sprake is van een formeel onrechtmatig beslag. De bij voornoemde brief overgelegde stukken brengen niet zonder meer mee dat het beslag onrechtmatig zou zijn. Verdachte had zich, indien hij van mening was dat het beslag onrechtmatig was - zo blijkt uit het bovenstaande - zelf tot de voorzieningenrechter kunnen wenden. Dit heeft verdachte niet gedaan. Het vorengaande maakt dat, ook nadat de brief van 17 september 2015 was verstuurd, sprake is van een formeel rechtmatig beslag. Het hof overweegt voorts, zoals ook door de politierechter is overwogen, dat aan de strafrechter niet het oordeel voorligt om de materiële rechtmatigheid van een beslag te toetsen.

Het hof is verder van oordeel dat, wat er ook zij van het gebruik mogen blijven maken van de auto, verdachte de auto feitelijk heeft onttrokken aan het beslag door de deurwaarder op 25 september 2015 niet te informeren over de plaats waar de auto zich bevond. Verdachte heeft de auto niet, ook niet op een later moment, aan de deurwaarder ter beschikking gesteld, terwijl hij daartoe wel rechtens was gehouden.
 

Bewezenverklaring

  • Opzettelijk enig goed aan het krachtens de wet daarop gelegd beslag onttrekken.
     

Strafoplegging

  • Een taakstraf voor de duur van 50 uur.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF