Strafzaak tegen faillissementsfraudeur afgedaan door hof na verwijzing Hoge Raad.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 21 december 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:11153

Verdachte is in eerste aanleg, bij vonnis van de rechtbank Assen van 20 oktober 2009 ter zake van het onder 1 ten laste gelegde (medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd), van het onder 2 ten laste gelegde (medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd), van het onder 3 ten laste gelegde (opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst) en het onder 4 ten laste gelegde (in staat van faillissement verklaard, wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen opzettelijk verkeerde inlichtingen geven) veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft in hoger beroep bij arrest van 1 juli 2015 de verdachte ter zake van het onder 3 ten laste gelegde vrijgesproken en hem ter zake van het onder 1 ten laste gelegde (bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd), het onder 2 ten laste gelegde (medeplegen en plegen van bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd) en onder 4 ten laste gelegde (in staat van faillissement verklaard, wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen opzettelijk verkeerde inlichtingen geven) veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis.

Bij arrest van 6 juni 2017 heeft de Hoge Raad dat arrest van het gerechtshof vernietigd voor zover het betreft de beslissingen ter zake van het onder 4 ten laste gelegde en de strafoplegging, heeft het de officier van justitie wegens de in de fase van de cassatie opgetreden (vervolgings)verjaring van dit feit alsnog niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging en heeft het de zaak teruggewezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak wat betreft de strafoplegging op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Strafoplegging

  • een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 2 jaar

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF