Notitie Bedrog bij bankroet II: SP doet zes voorstellen om aanpak faillissementsfraude te verbeteren

Tijdens het algemeen overleg van 4 oktober 2018 van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft de heer Van Nispen (SP) door middel van de Notitie Bedrog bij bankroet II een zestal voorstellen gedaan voor een verbeterde aanpak van faillissementsfraude. De notitie volgt op de eerdere notitie van de SP uit 2011, Bedrog bij bankroet I.

Van Nispen:

“Mij gaat het erom dat de pakkans groter wordt. Als we weten dat er in een derde van de faillissementen gefraudeerd wordt, moeten we daar wat mee. Er gebeurt nu veel te weinig mee, de pakkans is maar 10%.”

Hieronder een overzicht van de voorstellen:

1. Betere publiek-private samenwerking

Relevante informatie moet beter worden uitgewisseld tussen alle betrokken instanties. Ook waar het gaat over best practices en het op basis van al deze informatie formuleren van maatregelen om fraude beter aan te kunnen pakken en te voorkomen. Hoewel er flink aan de weg is getimmerd de afgelopen jaren, werken te veel instanties nog langs elkaar heen of weten zij niet welke informatie zij door kunnen geven en welke niet. Om dit te verbeteren kan worden gedacht aan een coördinerend landelijk platform van handhavingspartners met betrokkenheid van beroepsorganisaties van slachtoffers. Een voorbeeld is de Nationale Fraude Autoriteit die in 2014 is voorgesteld door de SP. Op deze manier kan ook een beter beeld worden verkregen van (de bestrijding van) veelplegersnetwerken. Deze maken zich schuldig aan talloze vormen van fraude en verbergen hun criminele activiteiten voor een curator door bijvoorbeeld ontbinding op grond van artikel 2:19 lid q onder a BW of het leeg achterlaten van een rechtspersoon. Hier is op dit moment onvoldoende grip op.

2. Geef curatoren de (financiële) ruimte om hun fraudesignalerende rol optimaal te benutten

Op dit moment kan een curator bij een (vrijwel) lege boedel aanspraak maken op een vergoeding via de garantstellingsregeling curatoren. Dit kan alleen bij bepaalde juridische acties, zoals een vooronderzoek of het instellen van een rechtsvordering in verband met mogelijk onbehoorlijk bestuur of faillissementspauliana. Voor zover het gaat om bijvoorbeeld andere juridische acties, zoals acties uit onrechtmatige daad (bijvoorbeeld tegen bestuurders of faciliteerders van faillissementsfraude), ontbreekt die financiering. Hetzelfde geldt voor faillissementen van natuurlijke personen, faillissementen van vennootschappen onder firma en commanditaire vennootschappen, en in het buitenland in te stellen rechtsvorderingen. Dat is zonde. Ook geven curatoren aan dat er 10 miljoen euro meer nodig is om hun fraudesignalerende taak goed uit te kunnen voeren. Uit informatie van Dienst Justis en curatoren zelf blijkt immers dat de opbrengsten van deze regeling de uiteindelijke kosten ver overstijgen. Op deze punten moet de garantstellingsregeling curatoren daarom worden uitgebreid.


3. Onderzoek elk faillissement op signalen van fraude of misbruik

In ruim 30 procent van de faillissementen is er een vermoeden dat schuldeisers zijn benadeeld. Daartegenover staat een pakkans van, volgens Hilverda, slechts 10 procent. De curator moet daarom de middelen krijgen om bij elk faillissement met hulp van (financieel) deskundigen na te gaan of er signalen zijn van fraude of misbruik.

4. Laat de bestrijding van eenvoudige faillissementsfraude over aan de regionale FinEc-teams van de politie-eenheden

Volgens de Veiligheidsagenda 2015-2018 moeten in 2015 1.500, in 2016 1.600 en in 2017 1.900 horizontale fraudezaken (waaronder faillissementsfraude) worden opgepakt door de politie. Op dit moment moeten deze zaken concurreren met andere criminaliteit en delven zij daarbij regelmatig het onderspit. Dit leidt er ook toe dat de nodige kennis en ervaring onvoldoende wordt opgebouwd en dus ontbreekt. Uit het succesvolle Haagse project ‘Bestrijding eenvoudige faillissementsfraude’ is gebleken dat het loont om eenvoudige faillissementszaken neer te leggen bij de regionale FinEc-teams. Het kennis- en ervaringsniveau kan zo beter worden gewaarborgd en concurrentie met andere delicten wordt voorkomen.


5. Zorg voor voldoende gespecialiseerde rechters-commissarissen

De afgelopen jaren hebben rechters-commissarissen er steeds meer taken bij gekregen, maar de benodigde middelen bleven achter. Er moet echter voldoende tijd zijn om goed toezicht te houden op de afwikkeling van faillissementen. Voor goed toezicht is bovendien voldoende specifieke kennis nodig waar het gaat om faillissementsfraude. Op dit moment is de werkdruk echter hoog en ontbreekt hiervoor de broodnodige tijd. Daarom moeten er voldoende middelen worden vrijgesteld voor het aantrekken en opleiden van meer gespecialiseerde rechters-commissarissen, maar ook voor het inhuren van deskundigen die hen kunnen adviseren.


6. Zorg voor voldoende capaciteit bij politie en OM

Door bezuinigingen op zowel politie als OM is de opsporing van onder andere fraude ernstig in de knel gekomen. Volgens een interne notitie van de Nationale Politie en het OM zelf ‘is het aannemelijk dat binnen het aandeel niet in behandeling genomen zaken zich een potentieel aan opsporings- vervolgingswaardige zaken bevindt dat nu niet of niet voldoende wordt opgepakt of opgevolgd vanwege onvoldoende capaciteit’. Omdat fraude nooit mag lonen moet faillissementsfraude altijd gemeld, onderzocht en vervolgd worden. De capaciteit bij de politie en het OM moet hiervoor toereikend zijn. Een gebrek aan capaciteit mag nooit de reden zijn dat fraudeurs vrijuit gaan.

Minister Dekker komt nog met een inhoudelijke reactie op de voorstellen.


Lees hier de volledige Notitie Bedrog bij bankroet II.




Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF