Faillissementsfraude: Niet dan wel onjuiste inlichtingen geven aan curator en zonder geldige reden niet verschijnen op gesprekken met de curator

Rechtbank Gelderland 30 november 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:6173

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie strafbare feiten. Toen zijn bedrijf in staat van faillissement verkeerde, heeft hij nagelaten de door de curator en de rechter-commissaris gevraagde administratie aan de curator te verstrekken. Ondanks herhaalde verzoeken heeft verdachte niet voldaan aan zijn inlichtingenplicht en verscheen hij niet op gesprekken waarvoor hij was uitgenodigd. De rechtbank vindt het bijzonder kwalijk dat verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven. Ondanks zijn stelling dat hij een deel van de administratie kwijt was, spiegelde hij de curator en ook de rechter-commissaris voor dat hij over de administratie beschikte en deze zou overleggen. Verdachte is zijn toezeggingen voortdurend niet nagekomen en heeft deadlines laten verlopen met de achterliggende gedachte dat hij daarmee tijd kon rekken.

Tijdens het onderzoek door de curator kwam aan het licht dat verdachte geen goede administratie heeft gevoerd ten aanzien van zijn bedrijf Naam 8 B.V. Diverse stukken kon hij niet overleggen. Bovendien zijn er van een aanzienlijk aantal posten geen onderliggende stukken aanwezig die horen bij de bij- en afschrijvingen van de zakelijke rekening. Als gevolg daarvan is niet inzichtelijk geworden wat de rechten en plichten van de rechtspersoon zijn geweest. Daar komt bij dat verdachte zijn privé financiën niet gescheiden heeft gehouden van de zakelijke financiën. Opnames van en stortingen op de zakelijke rekening werden niet verantwoord, net zo min als overboekingen van en naar de zakelijke rekening. Ook heeft verdachte geld van de zakelijke rekening overgeboekt naar zijn Brokers rekening in Londen, een rekening waarmee hij beleggingen financierde. Niet is gebleken dat de ingelegde gelden zijn teruggevloeid in de boedel van de rechtspersoon. Verdachte heeft verder, terwijl de financiële positie van zijn bedrijf slecht was en een faillissement naderde, auto’s die op Naam van het bedrijf stonden aan de boedel onttrokken en verkocht. De - bescheiden - opbrengst heeft hij aangewend voor het aflossen van schulden. Verdachte heeft met zijn handelen de rechten van schuldeisers benadeeld. Uit het onderzoek is niet gebleken dat verdachte bij zijn manier van handelen groot voordeel financieel heeft gehad. Hij heeft geprobeerd een eigen bedrijf te runnen, ter exploitatie van een eigen uitvinding, een ‘plastic to oil machine’. Hij is hier, onder andere als gevolg van zijn gebrekkige bedrijfsvoering, niet in geslaagd.
 

Feiten

Op 18 februari 2014 is Naam 8 B.V. in staat van faillissement verklaard. Mr. S.S. van Nijen en mr. M.K. ter Horst zijn toen als rechter-commissaris respectievelijk curator benoemd. Op 11 april 2014 is mr. M.K. ter Horst vervangen door mr. F.B.M. van Aanhold. Ten tijde van het faillissement was verdachte enig aandeelhouder en bestuurder van de vennootschap. Verdachte heeft Naam 8 B.V. op 12 juni 2012 overgenomen van de heer Naam 2.
 

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten. Ter terechtzitting heeft hij de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.
 

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1, 2 primair en 3. Hij heeft betoogd dat verdachte erkent dat de administratie niet op orde was. Verdachte is naïef geweest en was zich niet ervan bewust dat een faillissement naderde. Ten aanzien van feit 1 is er geen sprake van opzet om de curator niet van informatie te voorzien. De administratie die hij had, heeft hij aangeleverd. De e-mails zijn onvoldoende om opzet aan te nemen, aldus de raadsman.

Met betrekking tot feit 2 is er geen sprake geweest van (voorwaardelijk) opzet gericht op het benadelen van de schuldeisers. Verdachte had een kinderlijk optimisme en dacht dat het wel goed zou komen. Volgens de raadsman is sprake van culpoos handelen en kan het onder feit 2, subsidiair tenlastegelegde, wèl worden bewezen.

Wat betreft feit 3 heeft de raadsman betoogd dat verdachte door beleggingen snel geld wilde maken met de Brookers rekening. Het was een soort wanhoopspoging. Van opzet was geen sprake, ook niet ten aanzien van de privé-onttrekkingen. Met de opbrengst van de auto heeft verdachte schulden betaald. De raadsman meent dat verdachte alleen culpoos handelen kan worden verweten.
 

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de zaak uit van de volgende feiten en omstandigheden, waarbij elk bewijsmiddel is gebruikt ten aanzien van het feit waar het blijkens zijn inhoud betrekking op heeft.

Niet alle gevraagde informatie verstrekken/meermalen niet verschijnen op gesprek

Op 19 februari 2014, de dag nadat het faillissement van Naam 8 B.V. is ingediend, heeft een gesprek plaatsgevonden op het kantoor van Voorink Advocaten te Zutphen, waarbij mr. M.K. ter Horst, mr. M. Vriezekolk, werkzaam op hetzelfde kantoor als mr. M.K. ter Horst, en verdachte aanwezig zijn geweest. Aan verdachte is toen een overzicht overhandigd met alle administratie die hij aan hen moest uitleveren. Verdachte verklaarde geen boekhouder te hebben maar zijn administratie wel te bewaren. Hem is onder meer uitgelegd wat de rol van de curator is en welke medewerking er van hem, verdachte, werd verwacht. Verdachte heeft beloofd de gevraagde stukken te verstrekken.

Na het gesprek van 19 februari 2014 heeft verdachte niet de volledige administratie aangeleverd. In de periode februari 2014 tot en met februari 2015 is van verdachte meerdere malen gevorderd om de benodigde stukken voor de afwikkeling van het faillissement over te leggen. Er is diverse malen mailcontact geweest met hem. Op 6 mei 2014 is verdachte een deadline gesteld om voor 15 mei 2014 diverse stukken aan te leveren. Op de deadline van

15 mei 2014 was geen administratie ontvangen. Daarna is meerdere keren naar verdachte gemaild met het verzoek de administratie over te leggen, hem te herinneren aan de deadline en hem uit te nodigen voor een gesprek op het kantoor. Dit heeft niet geleid tot het inleveren van stukken dan wel een gesprek.

Op 3 juli 2014 heeft mr. S.S. Nijen, rechter-commissaris, verdachte een brief gestuurd.

Mr. S.S. Nijen heeft verdachte daarin gewezen op zijn plicht om mee te werken en heeft de deadline voor het overdragen van de administratie gesteld op 18 juli 2014. Verdachte heeft op 24 juli 2014 gemaild dat zijn administratie een chaos is en dat dat de reden is waarom hij die nog niet heeft aangeleverd. In een gesprek op 1 augustus 2014 heeft verdachte gezegd bijna alle stukken compleet te hebben. Op 8 augustus 2014 zijn van verdachte afschriften van de zakelijke betaalrekening ontvangen en op 11 augustus 2014 brieven in verband met een lening van Gelderland Valoriseert.

Op 19 augustus 2014 heeft mr. M. Vriezekolk een overzicht aan verdachte gestuurd met de reeds ontvangen en de nog te ontvangen stukken. De stukken die waren ontvangen betroffen:

  • Jaarrekening 2010 en 2011;
  • Verdichte balans 2013;
  • Resultatenrekening over 2013;
  • Crediteurenlijst;
  • Bankafschriften van januari 2013 tot en met 2 oktober 2013;
  • Activalijst plus foto’s;
  • Brief van Gelderland Valoriseert dat er een lening wordt toegezegd aan Termodin.

De volgende stukken moesten nog door verdachte worden overgelegd:

  • Naam adres, plaats van de crediteuren;
  • Debiteurenlijst plus originele facturen;
  • Jaarrekening over 2012;
  • Administratie, facturen en bankafschriften van de afgelopen dit jaar;
  • Stukken waaruit blijkt dat verdachte recht had op subsidie;
  • Verkoopfactuur van de auto;
  • Inkoop/verkoopfactuur van de iPads.

Ook na afloop van de nieuwe deadline, die was gesteld op 22 augustus 2014, zijn de betreffende stukken niet ontvangen. Op 28 november 2014 is verdachte op een hoorzitting bij de

rechter-commissaris geweest en heeft hij toegezegd de gevraagde stukken over te leggen. Ook na deze zitting heeft verdachte geen stukken overgelegd. Op 5 december 2014 heeft mr. F.B.M. van Aanhold naar verdachte gemaild dat hij zich op 8 december moest melden met alle gevraagde stukken. Verdachte is op 8 december 2014 niet verschenen op de afspraak met mr. F.B.M. van Aanhold en hij heeft geen stukken overgelegd. Enkele minuten nadat mr. F.B.M. van Aanhold hem had gemaild dat hij de rechter-commissaris daarover in kennis zou stellen, heeft verdachte een mail verstuurd met een overzicht van de rekening bij Interactive Brokers en de toezegging van Gelderland Valoriseert.

Op 12 december 2014 is verdachte op een afspraak verschenen. Er is onder meer besproken dat de administratie uiterlijk diezelfde dag moest worden aangeleverd. Dit gesprek en de mailwisseling tussen 15 december 2014 en 29 december 2014 hebben er niet toe geleid dat verdachte stukken heeft overgelegd. Op 5 januari 2015 heeft verdachte gemaild dat hij de administratie nog niet heeft kunnen vinden en dat deze mogelijk nog bij Xancle ligt, gestolen is of gewoon kwijt is.

Mr. M. Vriezekolk heeft in januari 2015 vastgesteld dat verdachte niet de volledige administratie heeft verstrekt. Overgelegd zijn:

  • bankafschriften van de zakelijke ING rekening over januari - oktober 2013;
  • een balans en een niet kloppende winst/verlies rekening;
  • een overzichtslijst activa;
  • jaarrekeningen over 2010 en 2011 (de periode dat Naam 2 nog eigenaar was);
  • een zelf samengestelde crediteurenlijst;
  • een overzicht van de Brokers rekening Londen.
  • Stukken die nog ontbraken:
  • een aandeelhoudersregister en onderbouwingen waaruit kan blijken dat de aandelen 
  • volgestort zijn;
  • jaarstukken van de afgelopen 3 jaar;
  • openstaande verkoopfacturen c.q. debiteurenadministratie;
  • kas en bankafschriften over de afgelopen 3 jaar;
  • een grootboekrekening van de rekening-courant vorderingen.

Bij de aangifte die mr. M. Vriezekolk heeft gedaan namens mr. F.B.M. van Aanholt, zijn diverse e-mails gevoegd. Zo is er onder meer een e-mail van 26 mei 2014 van mr. M. Vriezekolk gericht aan verdachte, waarin verdachte wordt uitgenodigd voor een gesprek op woensdag 4 juni. In de e-mail staat tevens dat verdachte de volgende stukken over moet leggen:

  • Bonnen van de verkochte iPads;
  • Factuur/bon van de verkoop van de auto die rond de zomer van 2013 is verkocht aan het garagebedrijf, waar verdachte de auto heeft gekocht;
  • Correspondentie van en met de Rabobank/provincie omtrent de subsidie;
  • Originele jaarstukken van 2009 t/m 2012;
  • Vanaf 2012 de boekhouding waaruit de volgende kerncijfers blijken: omzet, balanstotaal, resultaat;

Administratie in mappen (met in ieder geval de inkoop- en verkoopfacturen en bankafschriften) over de afgelopen drie jaren.

Verdachte heeft op 2 juni 2014 een e-mail gestuurd dat hij “woensdag as/deze week” niet gaat redden, maar dat hij wel de stukken zal aanleveren en vragen zal beantwoorden.

Ook de uitnodiging voor een gesprek op 13 juni 2014 heeft verdachte afgezegd. In een e-mail van 12 juni 2014 geeft hij aan dat hij het werk dat hij voor de afspraak had moeten doen, niet heeft kunnen doen door het overlijden van Naam 3 en dat de afspraak verspilling van tijd zou zijn. Verdachte zegde toe dat ze, naar de rechtbank begrijpt de curator, de spullen de volgende week allemaal zou hebben.

Verdachte is vervolgens in een e-mail van 13 juni 2014 uitgenodigd voor een gesprek op woensdag 25 juni 2014 om 9.00 uur. In de week daarvoor moest hij de gevraagde stukken inleveren. Op 20 juni 2014 is aan verdachte gemaild dat nog geen stukken zijn ontvangen en dat hij niet heeft gereageerd op de mail van 13 juni 2014 waarin hij was uitgenodigd voor een gesprek op 25 juni 2014. Verdachte heeft op 25 juni 2014 om 9.01 uur gemaild dat zijn geestelijke toestand hem de afgelopen periode in de steek heeft gelaten, dat hij het af gaat maken en gaat zorgen dat de zaak tot een einde komt. Op de afspraak is hij niet verschenen en hij heeft ook geen stukken ingeleverd.

Op 21 juli 2014 is verdachte erop gewezen dat de rechter-commissaris hem een termijn had gesteld tot en met 18 juli om stukken aan te leveren. Verdachte heeft tot woensdag, de rechtbank begrijp woensdag 23 juli 2014, de tijd gekregen om stukken aan te leveren. Donderdag 24 juli 2014 heeft verdachte een e-mail gestuurd aan mr. M. Vriezekolk, waarin hij onder meer aangeeft dat de administratie nogal een chaos is. Daarom heeft hij deze nog niet bij mr. M. Vriezekolk aangeleverd.

Ook een uitnodiging voor een gesprek op donderdag 25 september 2014 heeft verdachte afgezegd met het bericht “het is voor mij onmogelijk om vandaag bij u te verschijnen”.

Uit een e-mail van 28 november 2014 van mr. F.B.M. van Aanhold komt naar voren dat verdachte op 25 november 2014 door de rechter-commissaris is gehoord en dat hij heeft toegezegd alle gegevens binnen één week aan te zullen leveren. Verdachte heeft afgesproken de gegevens op 5 december op het kantoor van mr. F.B.M. van Aanhold te overhandigen en is vervolgens uitgenodigd voor een gesprek op 5 december. Verdachte heeft op donderdag 4 december 2014 een mail gestuurd dat hij nog niet alle papieren heeft gevonden. Op 5 december 2014 heeft hij toegezegd ervoor te zorgen dat mr. F.B.M. van Aanhold de papieren maandag heeft. Mr. F.B.M. van Aanhold heeft verdachte vervolgens uitgenodigd voor een gesprek op maandag 8 december. Verdachte is niet op die afspraak verschenen en heeft evenmin stukken ingeleverd.

In een e-mail van 7 december 2014 heeft verdachte aan Naam 4 laten weten de administratie van Naam 8 B.V. / Naam 5 nergens te kunnen vinden en heeft haar gevraagd nogmaals te kijken of zij de administratie heeft, waarschijnlijk twee rode mappen. Naam 4 van Xancle Adviesbureau heeft verklaard dat ze een aantal maanden aan het eind van 2013 de algemene boekhouding en loonaangifte personeel van Naam 8 heeft gedaan. Het zou gaan om ongeveer 4 maanden. Naam 4 heeft niets meer in bezit van Naam 8 B.V. Volgens haar zaten de administratieve stukken in rode mappen en is de administratie afgegeven aan verdachtes vader.

Boedel van de B.V.

Uit informatie van Terborg Auto’s blijkt dat verdachte een Volvo heeft ingeleverd. Daarvoor is hem €500 cash betaald. Een tijd later kwam verdachte terug met een BMW. Hij had een wazig verhaal. Hij zou van de auto af willen vanwege een faillissement. Voor deze auto is hem €1.000 cash betaald.

Uit de bevraging bij de Rijksdienst voor het wegverkeer blijkt dat de Volvo op 31 januari 2013 is opgegaan in Naam 8 B.V. en op 11 oktober 2013 is overgeschreven naar Naam 6, autobedrijf Terborg. De BMW is op 1 mei 2013 op Naam gesteld van Naam 8 B.V. Op 18 november 2013 is de auto overgeschreven op Naam van Naam 7. Volgens de basisregistratie personen woonde zij toen samen met verdachte en hun twee kinderen op het adres. Op 5 maart 2014 is de auto overgeschreven naar een andere BV van verdachte, Naam 9 B.V.. De BMW is op 28 augustus 2015 overgeschreven naar Naam 6, autobedrijf Terborg.

Niet is na te gaan of de opbrengst van de verkoop ten bate van de BV is gekomen.

Over de periode van 31 december 2012 tot en met 2 oktober 2013 heeft verdachte bankafschriften van de zakelijke rekening met rekeningnummer 4 verstrekt. Opvallend is dat als er rekeningen moeten worden betaald, er dezelfde dag eerst geld wordt gestort vanaf een van de privérekeningen van verdachte ter hoogte van het factuurbedrag en dat diezelfde dag het factuurbedrag wordt afgeschreven. Dit is onder andere gebeurd op 3 april 2013, 8 april 2013, 22 april 2013 en 23 april 2013, op 10 mei 2013, 14 mei 2013, 15 mei 2013, 22 mei 2013 en 23 mei 2013, op 3 juli 2013 en 24 juli 2013 en op 7 augustus 2013.

In de periode van 1 juni 2013 tot en met 2 oktober 2013 zijn de volgende bedragen opgenomen:

  • 3 juni 2013 €500
  • 11 juni 2013 €1.000
  • 11 juni 2013 €3.500
  • 17 juni 2013 €1.000
  • 21 juni 2013 €500
  • 5 juli 2013 €200
  • 8 juli 2013 €50
  • 13 september 2013 €500
  • 16 september 2013 €250
  • Totaal €7.500

Gestort zijn de volgende bedragen:

  • 24 juli 2013 €400
  • 4 september 2013 €1.000
  • 19 september 2013 €850
  • 1 oktober 2013 €440
  • Totaal €2.690

In de periode van 1 juni 2013 tot en met 2 oktober 2013 zijn er overboekingen tussen de zakelijke rekening en de twee privérekeningen (rekeningnummers rekeningnummer 2 en rekeningnummer 3) van verdachte gedaan:

Afboekingen vanaf de zakelijke rekening naar een privé rekening van verdachte:

  • 3 juni 2013 €10.000 naar ABN, omschrijving ‘tijdelijke saldo aanvulling’
  • 4 juni 2013 €1.000 naar ABN, omschrijving ‘tijdelijke saldo aanvulling’
  • 5 juni 2013 €2.500 naar ABN, omschrijving ‘tijdelijke saldo aanvulling’
  • 6 juni 2013 €1.000 naar ING
  • 7 juni 2013 €100 naar ING
  • 12 juni 2013 €1.000 naar ING
  • 24 juni 2013 €1.200 naar ING, omschrijving ‘tijdelijke saldo aanvulling’
  • 10 juli 2013 €825 naar ING
  • 29 juli 2013 €500 naar ING
  • 29 juli 2013 €2.000 naar ING
  • 19 augustus 2013 €25 naar ING
  • 5 september 2013 €650 naar ABN
  • 9 september 2013 €19 naar ING, omschrijving ‘tijdelijke saldo aanvulling’
  • 9 september 2013 €600 naar ING
  • 27 september 2013 €450 naar ING
  • 27 september 2013 €500 naar ING
  • 30 september 2013 €750 naar ING
  • 1 oktober 2013 €750 naar ING
  • Totaal €23.869

Bijschrijvingen op de zakelijke rekening vanaf een privérekening:

  • 26 juni 2013 €250 vanaf ING
  • 2 juli 2013 €345 vanaf ING
  • 3 juli 2013 €250 vanaf ABN, omschrijving ‘terugboeking tijdelijke saldo 
  • aanvulling’
  • 3 juli 2013 €3.450 vanaf ABN, omschrijving ‘terugboeking tijdelijke saldo’
  • 4 juli 2013 €22 vanaf ING
  • 7 augustus 2013 €350 vanaf ING, omschrijving ‘terugboeking’
  • 8 augustus 2013 €250 vanaf ING
  • 16 augustus 2013 €315 vanaf ING
  • 22 augustus 2013 €10 vanaf ING
  • 30 augustus 2013 €1.250 vanaf ING
  • 3 september 2013 €500 vanaf ING, omschrijving ‘terugboeking tijdelijke saldo 
  • aanvulling’
  • 16 september 2013 €250 vanaf ING
  • 19 september 2013 €100 vanaf ING
  • 19 september 2013 €500 vanaf ING
  • 25 september 2013 €250 vanaf ING
  • 26 september 2013 €0,01 vanaf ING
  • 30 september 2013 €25 vanaf ING
  • 1 oktober 2013 €110 vanaf ING
  • 2 oktober 2013 €1.810 vanaf ING
  • Totaal €10.037,01

Er is geen administratie overgelegd waaruit een verklaring of omschrijving voor de overboekingen en opnames blijkt.

Uit het overzicht met betrekking tot de door verdachte overgelegde informatie van de Interactive Brokers rekening (rekeningnummer 1) komt naar voren dat deze rekening op Naam van verdachte staat. Volgens verbalisant is het opvallend dat op 3 juni 2013 €10.000 vanaf de zakelijke rekening naar de ABN-AMRO rekening (rekeningnummer 2) van verdachte is overgeboekt. Dezelfde dag is er €9.500 bijgeschreven op de Brokers rekening. Op 4 juni 2013 is een bedrag van €3.500 van de zakelijke rekening overgeboekt naar de ING privé rekening (rekeningnummer 3) van verdachte. Dezelfde dag is er €5.000 bijgeschreven op de Brokers rekening.

Op 13 juni 2013, 10 juli 2013, 29 juli 2013, 9 september 2013, 16 september 2013 en 2 oktober 2013 zijn bedragen van de zakelijke rekening overgeboekt naar de Brokers rekening. Opnames van de Brokers rekening zijn overgemaakt naar een van de privérekeningen van verdachte.

Via rechtstreekse boekingen tussen de zakelijke en de Brokers rekening heeft een onttrekking van tenminste €21.000 vanuit Naam 8 B.V. plaatsgevonden. In de beschikbare afschriften is niet te zien dat het geld vervolgens weer in de zaak wordt gebracht.

De handel in aandelen en futures past niet binnen de dagelijkse werkzaamheden van de BV.

Op 11 augustus 2014 heeft verdachte een mail gestuurd aan mr. M. Vriezekolk, waaruit blijkt dat de lening/subsidie die hij in het kader van Gelderland Valoriseert had aangevraagd, op persoonlijke titel is aangevraagd.

Er is een crediteurenlijst, waarbij verdeeld over 25 crediteuren nog €58.770,16 openstaat. Hierin zit ook de vordering van het kantoor van aangever. Daarnaast zijn er preferente vorderingen tot een bedrag van €22.326.

Verklaring verdachte

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij bij de overname in 2012 alle administratie van zijn voorganger heeft gekregen en dat de boekhouding niet veel was. In de tweede helft van 2013 groeide het hem boven het hoofd en heeft hij de administratie uitbesteed aan Xancle, een accountantsbureau in Doetinchem.

Tegenover de politie heeft verdachte verklaard dat hij door de curator is gebeld en gevraagd de administratie en bankpas af te geven. Op papier heeft hij een uitleg gekregen waarin stond wat hij moest afgeven en wat het faillissement betekende. De administratie die hij heeft ingeleverd was niet volledig. Mr. F.B.M. van Aanhold vroeg dingen die hij niet kon leveren. De curator heeft vijf, zes, zeven keer of nog vaker per mail om de administratie gevraagd en heeft meerdere keren duidelijk gezegd dat hij verplicht was mee te werken. Verdachte heeft steeds gereageerd dat hij nog aan het zoeken was. Hij was bang dat als hij zou zeggen dat hij de stukken niet meer had, het hommeles zou worden. Aan de curator had hij aangegeven over (een deel van) de administratie te beschikken. Hij kon de gegevens echter niet verstrekken omdat een deel kwijt is. Deadlines liet hij verlopen om uitstel te krijgen. Hij had de stukken niet. De administratie die hij wel had, heeft hij aan de curator heeft gegeven. Er moest wel meer administratie zijn, maar verdachte wist niet waar die zich bevond. Met de Brokers rekening wilde verdachte op een andere manier geld maken om de salarissen van zijn personeel te kunnen betalen en om de schuld, waarvoor hij een BKR-registratie had, af te kunnen lossen. Hij heeft geld van de zakelijke rekening overgeboekt naar de Brokers rekening. De Brokers rekening was gekoppeld aan zijn privérekening. Hij heeft nooit onderscheid gemaakt tussen zakelijk en privé; alles gooide hij op één hoop. Met het geld van de zakelijke rekening dat hij op zijn rekening overboekte, heeft hij onder meer zijn huur betaald. Het geld dat hij voor de auto’s kreeg heeft hij aangewend voor het betalen van rekeningen van de B.V.

Overweging van de rechtbank ten aanzien van de feiten

De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde feit bewezen. Uit de aangifte, de diverse e-mails en de verklaring van verdachte blijkt dat verdachte al op 19 februari 2014 in kennis is gesteld van de verplichting mee te werken aan het verstrekken van de benodigde informatie aan de curator. Hij heeft op 19 februari 2014 toegezegd stukken in te zullen leveren. In de daaropvolgende maanden is hem vele malen per e-mail verzocht de in de mail nader genoemde stukken over te leggen. Steeds zegde hij toe stukken te zullen overhandigen. Verdachte kwam zijn toezeggingen hierover echter niet na, ging niet in op uitnodigingen voor een gesprek of zegde deze kort voor het gesprek zonder reden dan wel zonder geldige reden af.

Verdachte heeft erkend dat de administratie die hij heeft ingeleverd niet volledig was en dat hij de informatie die mr. F.B.M. van Aanhold wilde hebben, niet kon leveren, omdat hij die administratie kwijt was. Verdachte heeft daarmee niet voldaan aan zijn inlichtingenplicht. Ook heeft verdachte opzettelijk verkeerde inlichtingen gegeven. Uit zijn verklaring komt immers naar voren dat hij wist dat hij geen stukken over kon leggen, omdat hij een deel van de administratie kwijt was. Verdachte deed de curator en de rechter-commissaris echter geloven dat hij wel degelijk over de administratie beschikte en nog naar die administratie aan het zoeken was. Bovendien deed hij de curator geloven dat hij administratieve stukken had maar dat deze een chaos waren. Dat er geen sprake is geweest van opzet om de curator niet van informatie te voorzien, zoals de raadsman heeft betoogd, volgt de rechtbank daarom niet. Het verweer wordt in zoverre verworpen.

Ten aanzien van feit 2 overweegt de rechtbank dat verdachte ingevolge de artikelen 2:10 en 3:15i van het Burgerlijk Wetboek en artikel 5 van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen verplicht is op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte niet heeft voldaan aan deze verplichting een goede administratie te voeren. Hij beschikte niet over alle door de curator gevraagde stukken, waardoor de rechten en plichten van de rechtspersoon niet inzichtelijk waren. De rechtbank leidt verder uit de verklaring van verdachte, te weten dat hij een deel van de administratie kwijt was, af dat hij de betreffende administratie niet op een afdoende manier heeft bewaard, te meer daar uit de verklaring van Naam 4 blijkt dat administratieve stukken in rode mappen zouden zijn afgegeven aan verdachtes vader. Verdachte heeft deze mappen, gelet op zijn e-mail aan Naam 4, kennelijk niet teruggevonden en heeft ze dus niet op een goede manier bewaard. Uit de bewijsmiddelen blijkt verder dat verdachte maar een deel van de administratie aan de curator heeft verstrekt en dat de nader in de tenlastelegging genoemde stukken ontbreken.

Voor een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde is verder vereist het nalaten een deugdelijke administratie te voeren moet zijn geschied “ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van de rechtspersoon”. Er moet dus sprake zijn geweest van opzet op de benadeling van de schuldeisers, waarbij voorwaardelijk opzet voldoende is. Voor het bewijs van dit voorwaardelijk opzet is allereerst vereist dat de gedragingen van verdachte ten minste de aanmerkelijke kans op die benadeling hebben doen ontstaan. Daarnaast moet verdachte die aanmerkelijke kans bewust hebben aanvaard.

Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers. Verdachte heeft verklaard dat hij zijn privé financiën en zijn zakelijke financiën niet gescheiden heeft gehouden. Dat komt ook naar voren uit het feit dat de lening/subsidie van Gelderland Valoriseert niet is aangevraagd op Naam van de B.V. En ook de overzichten van de zakelijke rekening laten dat zien. Verdachte gebruikte inkomsten van zijn zakelijke rekening om te beleggen via de op zijn Naam staande Brokers rekening. Van de zakelijke rekening maakte hij geld over naar zijn privérekeningen, waarvan hij in ieder geval zijn huur betaalde. Van privérekeningen maakte hij geld over naar zijn zakelijke rekening om rekeningen te kunnen betalen. Door de verwevenheid tussen zijn privé- en zakelijke rekeningen, waarbij verdachte meer geld onttrok van de zakelijke rekening dan hij stortte/terugboekte en door het overboeken van bedragen van de zakelijke rekening naar de Brokers rekening, heeft verdachte de aanmerkelijke kans aanvaard dat de financiële positie van Naam 8 B.V. zou verslechteren en Naam 8 B.V. failliet zou kunnen gaan.

De rechtbank acht het onder feit 2 primair tenlastegelegde dan ook bewezen. Wel zal de rechtbank de periode beperken tot de periode van 3 april 2013 tot en met 1 mei 2015. De rechtbank overweegt daartoe dat uit de zakelijke rekening blijkt dat voor het eerst duidelijk sprake is van vermenging van de privé- en zakelijke financiën op 3 april 2013. Die dag is een bedrag van de privé rekening naar de zakelijke rekening overgeschreven en dezelfde dag is een factuur betaald ter hoogte van hetzelfde bedrag. Daarnaast is in april 2013 de Brokers rekening geactiveerd, waarmee verdachte vanaf juni 2013 beleggingen financierde, onder meer met geld van de zakelijke rekening.

De rechtbank acht ook feit 3 bewezen. Verdachte heeft baten niet verantwoord en goederen aan de B.V. onttrokken. In de periode van 1 juni 2013 tot en met 2 oktober 2013 heeft hij een bedrag van in totaal €23.869 van de zakelijke rekening overgeboekt naar zijn privérekeningen. Van de privérekeningen van verdachte is in dezelfde periode een bedrag van in totaal €10.037,01 naar de zakelijke rekening overgemaakt. Verder zijn bedragen contant opgenomen van de zakelijke rekening, in totaal tot een bedrag van €7.500, en zijn bedragen, in totaal tot een bedrag van €2.690, gestort op de zakelijke rekening. Een onderliggende boekhouding hiervan is er niet. De rechtbank concludeert dat verdachte meer geld van de rekening heeft afgehaald dan hij erop heeft gezet. Dit verschil bedraagt voor de periode van 1 juni 2013 tot en met 2 oktober 2013 €18.641,99 (€23.869 minus €10.039,01 + €7.500 minus €2.690). Verder komt uit de bewijsmiddelen naar voren dat verdachte geldbedragen tot in totaal €21.000 van de zakelijke rekening heeft overgemaakt naar de op zijn Naam staande Brokers (beleggings)rekening. Niet is gebleken dat dit geld weer is teruggevloeid naar de zakelijke rekening. Twee auto’s die op Naam van Naam 8 B.V. stonden, heeft verdachte verkocht. Niet is gebleken dat verdachte het geld dat hij voor de auto’s kreeg heeft teruggebracht in de B.V. Met het geld van de auto’s heeft verdachte naar zijn zeggen rekeningen van schuldeisers van de B.V. betaald. Nu op dat moment de financiële positie van de B.V. niet rooskleurig was, heeft verdachte door het geld niet in de B.V. te brengen andere schuldeisers benadeeld.

De rechtbank is, anders dan de raadsman, van oordeel dat sprake is van voorwaardelijke opzet op het benadelen van schuldeisers. Verdachte heeft verklaard dat hij de Brokers rekening heeft geopend om snel geld te maken, zodat hij onder meer de salarissen van zijn personeel kon betalen. Op dat moment wist verdachte dus dat het financieel niet goed ging met zijn bedrijf. Door toch geld te onttrekken van de zakelijke rekening en door de auto’s die op Naam van het bedrijf stonden te verkopen, heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij daarmee de rechten van schuldeisers zou bekorten.
 

Bewezenverklaring

  • Feit 1: Als bestuurder van een rechtspersoon die in staat van faillissement is verklaard, wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen zonder geldige reden wegblijven en weigeren de vereiste inlichtingen te geven en opzettelijk verkeerde inlichtingen geven, meermalen gepleegd;
  • Feit 2 primair: Als bestuurder van een rechtspersoon die in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van de rechtspersoon, niet voldaan hebben aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 2:10, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, artikel 3:15i, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek en artikel 5, eerste lid, van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen in samenhang met artikel 2:10, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers in die artikelen bedoeld;
  • Feit 3: Als een bestuurder van een rechtspersoon die in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van de rechtspersoon baten niet verantwoorden en een goed aan de boedel onttrekken, meermalen gepleegd.
     

Strafoplegging

  • Een werkstraf gedurende 150 uur.
     

Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij mr. F.B.M. van Aanhold heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 1 ten laste gelegde feit. Gevorderd wordt een bedrag van €4.243,32 voor door de curator gemaakte kosten.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering toewijsbaar is met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering. Hij meent dat de vordering onvoldoende is onderbouwd, nu de data waarop de uren zouden zijn gemaakt niet juist zijn. Bovendien meent de raadsman dat het eigenlijk gaat om een vordering op de boedel.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering, nu de vordering onvoldoende is onderbouwd. De op de bijlage vermelde data lijken niet te kloppen, nu het bedrijf pas op 18 februari 2014 in staat van faillissement is gesteld.

Daarnaast acht de rechtbank geen causaal verband aanwezig tussen de door de curator gemaakte kosten en het strafbare feit. Ook als verdachte immers zijn administratie had overgelegd, zou de benadeelde partij als curator tijd en geld kwijt zijn geweest aan het onderzoek van het faillissement. De rechtbank acht daarom ook om die reden de vordering niet toewijsbaar.

 

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF