Niet voldoen aan plicht tijdig administratie aan curator over te dragen & geen inlichtingen aan de curator te verschaffen

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 juni 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:6185

Verdachte heeft na het faillissement Bedrijf van welke B.V. Verdachte als bestuurder optrad, niet voldaan aan zijn plicht tijdig de administratie van dat Bedrijf aan de curator over te dragen. Voorts heeft Verdachte aan de curator, ondanks diens verzoek daartoe, geen inlichtingen verschaft. Hierdoor konden de rechten en plichten van die onderneming niet te allen tijde worden gekend, hetgeen de curator van de failliete onderneming belemmerde bij zijn werkzaamheden.
 

Bewijsoverweging

Verdachte, die ingeschreven stond als bestuurder van Bedrijf, heeft na het faillissement van deze B.V. ondanks verzoeken daartoe van de curator, niet voldaan aan zijn verplichting om aan de curator de administratie te verschaffen. Iedere ondernemer is wettelijk verplicht de administratie van zijn onderneming zeven jaren te bewaren en zo nodig te voorschijn te brengen.

Het gaat dan in ieder geval om basisgegevens als:

  • het grootboek;
  • de debiteuren- en crediteurenadministratie;
  • de voorraadadministratie;
  • de in- en verkoopadministratie en
  • de loonadministratie (bij personeel).

Degenen die aan deze administratieve verplichtingen zijn onderworpen worden geacht te weten dat de administratie een leidraad is voor financieel verantwoord handelen en dat als de curator in het faillissement niet kan beschikken over een deugdelijke administratie dit kan strekken tot benadeling van de faillissementsschuldeisers. Immers, zonder deugdelijke administratie kan de curator zich geen beeld vormen van de rechten en verplichtingen van de gefailleerde onderneming en van de gang van zaken binnen die onderneming voorafgaand aan het faillissement.

Deze verplichting vloeit voort uit de artikelen 105 en 106 van de Faillissementswet in combinatie met de jurisprudentie van de Hoge Raad. Uit deze jurisprudentie volgt dat ook indien de curator tijdens zijn eerste contacten met (bestuurders en commissarissen van) de failliet niet expliciet zou hebben gevraagd naar de aanwezige administratie en daarbij behorende bewijsstukken, de failliet uit eigen beweging de bestaande verplicht en onverplicht gehouden administratie aan de curator dient af te dragen.

Voorts is het zonder een deugdelijke administratie voor de fiscus niet mogelijk is om de verschuldigde omzetbelasting op grond van artikel 29, tweede lid, van de Wet op de omzetbelasting te bepalen.

Het niet te voorschijn brengen leidt dan ook tot benadeling van de schuldeisers.

Verdachte, die zoals uit het dossier blijkt, veelvuldig B.V.' s op zijn Naam heeft gehad die gefailleerd zijn, moest dus weten dat hij aan de curator de administratie en inlichtingen moest verschaffen die de curator in staat kon stellen het faillissement af te ronden.

De raadsman heeft gesteld dat niet Verdachte, maar de Persoon waarvan Verdachte de B.V. heeft gekocht in het bezit van de administratie was. Verdachte is er niet in is geslaagd, ondanks beweerdelijke verzoeken daartoe, om de administratie boven water te krijgen. Wat er ook zij van dit verweer, Verdachte had als verantwoordelijke voor de B.V. de plicht om de administratie uit te leveren en contact op te nemen met de curator en heeft dit nagelaten. Door zo te handelen heeft Verdachte opzettelijk de rechten van de schuldeisers bekort.
 

Bewezenverklaring

  • Feit 1: als bestuurder van een Rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de Rechtspersoon niet voldaan hebben aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge de in artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld.
  • Feit 2: als bestuurder van een Rechtspersoon in staat van faillissement verklaard, wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, weigeren de vereiste inlichtingen te geven, meermalen gepleegd.
     

Strafoplegging

Een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF