Celstraf en taakstraf voor faillissementsfraude en witwassen

Een Eindhovenaar krijgt een celstraf van 4 maanden voor faillissementsfraude en het gebruiken van een vervalst bankafschrift. Zijn echtgenote krijgt voor witwassen een taakstraf van 80 uur.

De 52-jarige verdachte werd in oktober 2013 failliet verklaard door de rechtbank Oost-Brabant. In het kader van dat faillissement had de verdachte de verplichting om inkomsten tijdig door te geven aan de curator. Dat verzuimde hij toen hij begin augustus 2014 een bedrag van 75.000 euro kreeg overgemaakt voor advieswerkzaamheden die hij verrichtte. Hij berichtte zijn curator hier pas over in juni 2015. Door de inkomsten niet tijdig aan de curator te melden heeft de man zijn schuldeisers mogelijk benadeeld. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het gebruiken van een vervalst bankafschrift van een Deense bank.

De rechtbank overweegt dat de verdachte -door 75.000 euro aan de boedel te onttrekken en niet te voldoen aan zijn inlichtingenplicht- het onmogelijk heeft gemaakt voor de curator om het faillissement op correcte wijze af te handelen. Bovendien zijn de belangen van de schuldeisers aanzienlijk geschaad. De verdachte heeft zich enkel laten leiden door zijn eigen financiële gewin. De ernst van de bewezen verklaarde feiten is zo groot, dat de rechtbank mede op basis van de hiervoor geldende oriëntatiepunten vindt dat alleen het opleggen van een gevangenisstraf volstaat. Deze straf is zwaarder dan de 160 uur taakstraf die de officier van justitie eiste.

De 53-jarige echtgenote van de man ontving in de loop van augustus 2014 via een reeks stortingen van haar echtgenoot een bedrag van ruim 24.000 euro op haar rekening. De vrouw wist dat haar echtgenoot failliet was en zij wist ook dat zijn bankrekening daarom geblokkeerd was. Daarom had zij volgens de rechtbank op zijn minst moeten vermoeden dat de gestorte geldbedragen onder het faillissementsbeslag van haar man vielen. Zij heeft zich hierdoor schuldig gemaakt aan schuldwitwassen.

De rechtbank rekent het de verdachte aan dat zij met haar handelen de onderliggende criminele activiteiten van haar echtgenoot faciliteerde. Daarnaast vormen witwasactiviteiten een bedreiging voor de legale economie en ondermijnen zij het vertrouwen in de integriteit van het financiële verkeer.

De mannelijke verdachte werd eerder dit jaar al veroordeeld voor onder meer beleggen zonder de daartoe verplichte vergunning.

 

Lees hier de volledige uitspraken:

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF