Turboliquidaties als vervanger van faillissementsfraude

De FIOD en het Openbaar Ministerie zijn strafzaken gestart tegen grootschalig misbruik van zogenaamde plof-B.V.’s. Dat zijn B.V.’s die via een snelle procedure worden opgeheven.

Samen met de Belastingdienst en de Kamer van Koophandel onderzoeken de ministeries van Veiligheid en Justitie en Economische Zaken of een wetswijziging nodig is om zulke fraudes via ‘turboliquidaties’ te voorkomen. 

In geval van turboliquidatie besluit de aandeelhoudersvergadering tot opheffing van de bv. Die bv mag daarbij geen baten hebben. De bestuurder meldt de opheffing bij de KvK, met alleen een schriftelijke bevestiging dat er geen baten zijn; van eventuele schulden hoeft geen melding te worden gemaakt.

Bij een turboliquididatie is geen curator betrokken; schuldeisers zijn onbeschermd. Ook is publicatie niet verplicht.  De Fiod heeft de indruk dat fraudeurs steeds vaker gebruik maken van turboliquidaties in plaats van faillissementsfraude. “De overheid vermoedt dat fraudeurs door een maas in de wet in een flits de fiscus en crediteuren van bedrijven voor miljoenen weten te benadelen”, aldus het FD.

Turboliquidatie van bv’s is mogelijk sinds 1994. Volgens opgave van de KvK aan het FD wordt sinds 2013 liefst  88 procent van de besloten vennootschappen en meer dan 95 procent van de stichtingen op deze manier opgeheven. Jaarlijks worden in totaal circa 40.000 bv's ontbonden.


Bron: accountant 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF