Update Wetsvoorstel Herziening strafbaarstelling faillissementsfraude

Op 19 januari 2016 heeft de Eerste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) het nader voorlopig verslag uitgebracht en wacht op de nadere memorie van antwoord. 

Aanleiding van het nader verslag was de memorie van antwoord. De leden van de fractie van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de memorie van antwoord en enkele aanvullende vragen gesteld.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP-fractie


1. Het programma Zembla heeft op 25 november 2015 een uitzending gewijd over politieonderzoek naar financiële criminaliteit. Uit het onderzoek van Zembla blijkt dat het politieonderzoek naar financiële criminaliteit de recherche 100 tot 200 fulltime krachten aan administratief werk kost, zoals het overtikken van bankgegevens van verdachten. Dat staat in vertrouwelijke politierapporten uit 2013 en 2014 die Zembla in handen heeft gekregen. In de rapporten, genaamd 'Project Peseta' wordt berekend dat er jaarlijks minimaal ruim €6 miljoen kan worden bespaard, als alle banken de gegevens digitaal leveren in plaats van op papier. Dat scheelt minimaal 75 fulltime krachten die voor andere werkzaamheden kunnen worden ingezet. De vertrouwelijke notitie Project Peseta laat zien hoe de financiële criminaliteit doelmatiger kan worden bestreden.

Welke stappen zijn er sinds deze rapporten gezet om de financiële criminaliteit doelmatiger aan te pakken?

2. De leden van de SP-fractie vinden het onbegrijpelijk dat banken de bankgegevens nog steeds niet digitaal aan de opsporingsdiensten aanleveren. Deelt de regering de mening van deze leden? Zo ja, wat doet en heeft de regering eraan gedaan dat banken per ommegaande deze gegevens digitaal aanleveren?

3. Nederland heeft nog steeds geen centraal bankregister, in tegenstelling tot de ons omringende landen. Met zo'n register weten rechercheurs onmiddellijk bij welke banken een verdachte een rekening heeft. Nu moeten rechercheurs daarvoor alle banken apart benaderen. Is de regering voornemens een centraal bankregister in te stellen? Zo ja, op welke termijn kan dit voorstel worden verwacht?

4. Hoeveel faillissementsfraudezaken zijn er procentueel gedaan door de districtsrecherche, de Nationale Recherche, de fraude-units en de fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD)?

5. Is de regering van mening dat faillissementsfraudezaken of fraudezaken in zijn algemeenheid dienen te worden opgepakt door de districtsrecherche en zo ja is de districtsrecherche hiertoe inmiddels uitgerust? Is het niet een specialisme dat door specialisten dient te worden opgepakt, desnoods als team binnen de districtsrecherche, temeer omdat dan ook niet steeds capaciteit uitgeleend moet worden voor spoedonderzoeken als teams grootschalige opsporing (TGO's)? Graag vernemen de leden van de SP-fractie de reactie hierop van de regering.

6. Vanuit de politieorganisatie horen de leden van de SP-fractie dat er wel hbo'ers bij de politie worden geworven, maar dat de politieorganisatie rijp en groen hbo'ers aantrekt. De hbo'ers met een financiële achtergrond worden al snel in de tactische opsporingsteams gezet, waardoor er weer specialisten verloren gaan aan de financiële opsporing. Een hbo'er zal hier niet tegentrappelen, omdat een observatie of een inval een stuk leuker is dan bankafschriften overtypen. Daarnaast worden deze financieel geschoolde hbo'ers ingezet voor de ontnemingszaken. Dit gaat ten koste van de beschikbare capaciteit voor fraudeonderzoeken en dan in het bijzonder de faillissementsfraudeonderzoeken. Hoe borgt de regering dat hbo'ers met een financiële achtergrond behouden worden en blijven voor de fraudeonderzoeken en dan in het bijzonder de faillissementsfraudeonderzoeken bij de districtsrecherche?

7. Kan de regering laten weten hoeveel aangiften er door curatoren in de afgelopen 5 jaar per jaar zijn gedaan?

8. Op welke wijze monitort de regering dat er ook daadwerkelijk uitvoering wordt gegeven aan de rijksbrede aanpak van fraude en de afspraken over opsporing van zaken van horizontale fraude zoals die zijn neergelegd in de Veiligheidsagenda?

Achtergrond


Het Wetsvoorstel Herziening strafbaarstelling faillissementsfraude moderniseert in het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de economische delicten de mogelijkheden voor opsporing en vervolging en voorkoming van faillissementsfraude. Met dit voorstel wordt de wettelijke positie van de curator versterkt door het niet juist voeren van de administratie en het bewaren daarvan strafbaar te stellen.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF