CBS-rapport: stijging percentage faillissementen waarin is vastgesteld dat sprake is van benadeling van schuldeisers

In 30,1 procent van de in 2015 failliet gegane bedrijven wordt vermoed dat schuldeisers zijn benadeeld. Dit is een stijging van 6,5 procentpunt ten opzichte van vijf jaar eerder, schrijft het ministerie van Veiligheid en Justitie maandag in een brief aan de Tweede Kamer waarbij het onderzoeksrapport “Oorzaken en schulden van in 2015 beëindigde faillissementen” van het CBS werd aangeboden. 

Onderzoek CBS

Het CBS heeft, in opdracht van het WODC, onderzoek gedaan naar faillissementen en de oorzaken daarvan. Er is een steekproef gedaan uit het totaal van 8.964 in 2015 beëindigde
faillissementen.

In het onderzoek zijn dossiers geïdentificeerd waarin sprake is van geen, zekere of waarschijnlijke strafbare en/of onrechtmatige benadeling van schuldeisers. Per
dossier is bepaald of er sprake is van actio Pauliana (art. 42 Faillissementswet), bestuursaansprakelijkheid (art. 2:138 of 2:248 Burgerlijk Wetboek), benadeling van schuldeisers of rechthebbenden (art. 340-349 Wetboek van Strafrecht), het nalaten van verplichte handelingen of het stelselmatig niet betalen van verschuldigde premies van de volks- en werknemersverzekeringen. 

Er wordt gesproken van strafbare en/of onrechtmatige benadeling van schuldeisers, omdat paulianeus handelen in voorkomende gevallen wel, maar niet per definitie, strafbaar handelen oplevert. Zekere strafbare en/of onrechtmatige benadeling is aan de orde als uit het dossier naar voren komt dat er sprake is van bestuurders aansprakelijkheid, paulianeus handelen of onrechtmatig handelen waarbij er een schikking en/of een succesvolle procedure is geweest óf als er aangifte is gedaan door de curator. 

Waarschijnlijke strafbare en/of onrechtmatige benadeling wordt gebruikt bij dossiers waarin sprake is van vermoedens van bestuurders aansprakelijkheid, paulianeus handelen of onrechtmatig handelen, maar dit zonder succesvolle procedure en rechtsmaatregelen, schikking of aangifte is gebleven. 

In het onderzoek wordt aan de hand van de opgave door curatoren vastgesteld dat in 69,8 % van de faillissementen van bedrijven en instellingen geen opgave is gedaan van strafbare en/of onrechtmatige benadeling van schuldeisers. 

Het aandeel van faillissementen van bedrijven waarin sprake was van zekere strafbare en/of onrechtmatige benadeling van schuldeisers is in 2015 gestegen tot 17,3 %. Het aandeel voor waarschijnlijke benadeling kwam neer op 12,8 %. Heeft de curator dit aangegeven in het faillissementsverslag, dan wordt het totaal aan schulden in dat faillissement opgeteld.

Stijging niet onverwacht

De stijging van het percentage van faillissementen waarin sprake is benadeling van schuldeisers komt niet onverwacht. In de afgelopen periode is de maatschappelijke en politieke aandacht voor het voorkomen, detecteren en bestrijden van fraude toegenomen. Door betere samenwerking en een ketenbrede en integrale aanpak van faillissementsfraude is er immers meer inzicht in mogelijke faillissementsfraude en is er meer aandacht voor het melden van
vermoedens. 

Sinds 2012 is het Centraal meldpunt faillissementsfraude ingesteld bij de FIOD. De centrale intake van meldingen maakt een goede weging van zaken mogelijk en de coördinatie van de verdeling van eenvoudige en complexe zaken naar respectievelijk de politie en de FIOD. Het aantal meldingen van curatoren over hun vermoedens van fraude is de afgelopen periode gestegen. 

Verder is in 2012 de Garantstellingsregeling curatoren verruimd. Curatoren weten de weg steeds beter te vinden naar Justis om een garantie aan te vragen voor kosten ten behoeve van vooronderzoek, bestuurdersaanprakelijkheidsprocedures en verhaalsmogelijkheden als de boedel hiervoor ontoereikend is maar er wel verhaalsmogelijkheden zijn aan te tonen. Deze regeling is maatschappelijk succesvol en effectief, omdat er alsnog boedelopbrengsten mee worden gerealiseerd.

Lees hier het volledige rapport: 



 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF