Amendement Wet versterking positie curator ingediend dat strekt tot uitbreiding van de inlichtingenplicht tot accountants

De kamerleden Van Wijngaarden en Recourt hebben op 23 november 2016 een tweetal amendementen op de Wet versterking positie curator ingediend. Het gaat om een amendement over uitbreiding van de inlichtingenplicht tot accountants alsmede een amendement over de evaluatie van de wet.
 

Amendement uitbreiding inlichtingenplicht tot accountants

De Kamerleden stellen door middel van het eerste amendement voor om artikel 105b als volgt te wijzigen: 

  1. In het eerste lid wordt na «Derden» ingevoegd: met inbegrip van accountantsorganisaties en een externe accountant,. 
  2. Na het tweede lid wordt een lid toegevoegd, luidende: 
  3. Elk beding dat strijdig is met het bepaalde in het eerste of tweede lid is nietig. 

Het eerste wijzigingsonderdeel van dit amendement verduidelijkt dat de inlichtingenplicht van derden jegens de curator ook geldt voor accountantsorganisaties en zelfstandige accountants, als bedoeld in artikel 1 van de Wet toezicht accountantsorganisaties. Het gaat niet aan (een deel van) de administratie aan de curator te onttrekken door deze bij een accountant onder te brengen. Hierdoor wordt het artikel 105b, eerste lid, van de Faillissementswet een wettelijke bepaling op grond waarvan de geheimhouding wordt doorbroken (vergelijk de artikelen 20 lid 1 en 26 lid 1 Wet toezicht accountantsorganisaties). 

Het betreft hier dwingend recht, zodat contractuele bedingen in strijd daarmee van rechtswege nietig zijn; dit ziet zowel op de inlichtingenplicht (lid 1) als op het retentierecht (lid 2). Het tweede wijzigingsonderdeel regelt dit. 

De geheimhoudingsplicht van de accountant op grond van de artikelen 20 en 26 van de Wet toezicht accountantsorganisaties geldt ook voor de curator op het moment dat de accountant informatie aan de curator overdraagt.
 

Evaluatie

Naast voornoemd amendement wordt voorgesteld de wet 4 jaar na inwerkingtreding te evalueren, waarin in ieder geval inzichtelijk zal worden gemaakt tot welke toename van fraudemeldingen de versterking van de positie en de fraudesignalerende taak van de curator heeft geleid. Hiertoe dienen een 0- en een 1-meting te worden gehouden. De reden hiervoor is dat de fraudesignalerende taak van de curator niet altijd in het directe belang van de crediteuren hoeft te zijn, omdat de kosten van de curator van de restwaarde van de boedel van de failliet gaan. Daarom moet geëvalueerd worden hoe en in welke mate deze nieuwe taak voor de curator tot meer fraudemeldingen en vervolgingen leidt.

Hiertoe wordt voorgesteld het volgende artikel in te voegen:

ARTIKEL IIa
Onze Minister zendt binnen vier jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. In het verslag wordt in ieder geval ingegaan op de gevolgen van deze wet voor het aantal fraudemeldingen. 

 

Achtergrond

Dit wetsvoorstel versterkt in de Faillissementswet de informatiepositie van de curator. De postitie van de curator wordt door de inlichtingen- en medewerkingsplichten en de plicht tot het overleggen van de administratie in faillissement sterker en duidelijker. Met dit voorstel krijgt de curator meer mogelijkheden om onregelmatigheden rondom een faillissement op te sporen en aan te pakken.

Hoofdlijnen

1. de curator wordt wettelijk verplicht om in faillissementen te bezien of er sprake is van eventuele onregelmatigheden;
2. in voorkomend geval informeert de curator vertrouwelijk de rechter-commissaris en doet, als hij of de rechter-commissaris dit nodig acht, melding of aangifte van de onregelmatigheden bij de bevoegde instanties;
3. in het faillissementsverslag vermeldt de curator hoe hij zich van zijn fraudesignalerende rol heeft gekweten.
4. in de wet wordt verankerd dat de gefailleerde de curator niet alleen desgevraagd, maar ook eigener beweging inlicht over feiten en omstandigheden waarvan hij weet of behoort te weten dat deze voor de curator van belang zijn;
5. de curator moet worden geïnformeerd over het bestaan van eventuele buitenlandse activa, zoals vastgoed en banktegoeden, en alle medewerking moet worden verleend om de curator daarover de beschikking te geven;
6. de gefailleerde verleent de curator alle medewerking bij het beheer en de vereffening van de boedel;
7. de gefailleerde draagt terstond de administratie over aan de curator met daarbij de noodzakelijke middelen, zoals encryptiesleutels, om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te kunnen maken;
8. derden, die de administratie van de failliet in de uitoefening van hun beroep of bedrijf geheel of gedeeltelijk onder zich hebben, zijn verplicht om de administratie desgevraagd aan de curator ter beschikking te stellen;
9. bij faillissement van een rechtspersoon, vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap gaan de inlichtingen- en medewerkingsverplichtingen (ook) gelden voor:

a. bestuurders, commissarissen, vennoten en voor feitelijk bestuurders;
b. de bestuurder(s) van een of meer rechtspersonen die bestuurder is of zijn van de failliet;
c. de vennoten van een of meer vennootschappen onder firma of commanditaire vennootschappen die bestuurder is of zijn van de failliet; en
d. iedereen die in de drie jaar voorafgaande aan het faillissement bestuurder, commissaris of vennoot bij de failliet was.

Het voorstel is op dit moment in behandeling bij de Tweede Kamer.


Lees meer:

 
Zie ook: 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF