Boekhouder veroordeeld wegens faillissementsfraude en opstellen valse balans en valse financiële prognose

Rechtbank Midden-Nederland 22 september 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:7358

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat:

Feit 1: verdachte in de periode van 13 juni 2008 tot en met 16 december 2008, als bestuurder van Hannah Klinieken B.V. die op 21 oktober 2008 in staat van faillissement is verklaard, zich schuldig heeft gemaakt aan faillissementsfraude, door de volgende handelingen te verrichten:

A. in de periode van 13 juni 2008 tot en met 16 december 2008, een groot aantal computers, althans één computer, en/of een aantal andere goederen aan de boedel te onttrekken, en/of

B. in de periode van 1 februari 2008 tot en met 16 december 2006 niet te voldoen aan zijn verplichting tot het voeren van een administratie, het bewaren hiervan en het aan de curator ter beschikking stellen van deze administratie.

Feit 2: Hannah Klinieken B.V. in de periode van 30 juni 2008 tot en met 1 oktober 2008, samen met anderen, Dell B.V. en/of GE Capital B.V. en/of IBM Nederland Financieringen B.V. door middel van oplichting heeft bewogen tot:

    • de afgifte van een (groot) aantal computers (met toebehoren) ter waarde van € 104.298,81, en/of
    • het aangaan van een schuld, te weten een/meer leaseovereenkomsten,

terwijl verdachte en/of zijn mededaders daaraan feitelijk leiding en/of daartoe opdracht heeft/hebben gegeven.

Feit 3: verdachte in de periode van 31 december 2007 tot en met 15 juli 2008 een geschrift valselijk heeft opgemaakt/vervalst en dit heeft gebruikt/doen gebruiken, terwijl hij wist/moest vermoeden dat dit stuk/deze stukken bestemd was/waren ter onderbouwing van een aanvraag tot het openen van (een) bankrekening(en) met kredietfaciliteit;

alternatief ten laste gelegd als: verdachte in de periode van 1 juli 2008 tot en met 15 juli 2008, samen met anderen, Coöperatieve Rabobank Zuid-Holland Midden U.A. door middel van oplichting heeft bewogen tot:

    • de afgifte van een geldbedrag (ter waarde van € 28.006,98), althans enig goed, en/of
    • het aangaan van een schuld, te weten een tweetal bankrekeningen met kredietfaciliteit.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten 1, 2 en 3 (eerste alternatief) heeft begaan en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen en de verklaringen van verdachte en de medeverdachte 1 als getuige ter terechtzitting.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de aan verdachte ten laste gelegde feiten. Hiertoe heeft de raadsman verschillende argumenten naar voren gebracht. De rechtbank zal deze in het vonnis - op de plaats waar dat relevant is - bespreken, en daarbij enkel ingaan op die standpunten die deugdelijk zijn onderbouwd en zijn voorzien van een ondubbelzinnige conclusie.

Feiten 

Stichting Cozijnsen Beheer B.V. 
Medeverdachte 1 was vanaf 1 februari 2008 tot en met – in ieder geval – 11 december 2008 bestuurder van Stichting Cozijnsen Beheer B.V. Van 24 juni 2008 tot en met – in ieder geval – 11 december 2008 was medeverdachte 2 (verder: medeverdachte 2) tevens bestuurder van Stichting Cozijnsen Beheer B.V.

Oosten Multi Media B.V.
medeverdachte 1 was in de periode van 1 februari 2008 tot 24 juni 2008 bestuurder van Oosten Multi Media B.V. Van 24 juni 2008 tot en met – in ieder geval – 11 april 2009 was medeverdachte 2 bestuurder van Oosten Multi Media B.V.

Hannah Klinieken B.V. 
Hannah Klinieken B.V. is begin 2008 verkocht aan Oosten Multi Media B.V.
Van 16 april 2008 tot 13 juni 2008 was Stichting Cozijnsen Beheer B.V. alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van Hannah Klinieken B.V.
verdachte was vanaf 13 juni 2008 alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van Hannah Klinieken B.V.

Medeverdachte 1 heeft ter terechtzitting als getuige verklaard dat hij vanaf mei 2008 voor Hannah Klinieken B.V. is gaan werken. medeverdachte 2, verdachte en hijzelf kenden geen hiërarchie in hun onderlinge samenwerking. Het klopt dat zij één keer in de week gezamenlijk overleg voerden. Dat kan een soort managementoverleg worden genoemd.

Medeverdachte 2 heeft als getuige verklaard dat hij vanaf ongeveer juli 2008 werkzaam is bij Hannah Klinieken B.V. medeverdachte 1 is volgens hem de eigenaar/baas en verdachte de directeur.

Volgens getuige 1 werd medeverdachte 1 de eigenaar/baas toen Hannah Klinieken B.V. in 2008 werd overgenomen. Hij gaf feitelijk leiding. Verdachte was directeur van het bedrijf Hannah Klinieken.

Hannah Klinieken B.V. werd volgens getuige 2 geleid door medeverdachte 1, medeverdachte 2 en verdachte.

Financiële positie Hannah Klinieken B.V. voor faillissement
Getuige 3 heeft verklaard dat vanaf mei 2008 de salarissen en overige betalingen niet of nauwelijks meer werden uitgevoerd. Er waren collega’s met een betalingsachterstand van drie maanden. Zelf heeft ze na juli 2008 geen salaris meer gekregen.

Getuige 2 heeft sinds augustus 2008 geen salaris meer ontvangen. Ook werden leveranciers niet meer betaald. Ze kreeg alleen maar boze mensen aan de telefoon die hun geld wilden hebben. Ze heeft die mensen doorverwezen naar medeverdachte 1 en verdachte.

Medeverdachte 2 heeft als getuige verklaard dat hij wist dat er salarisproblemen waren omdat er over werd gepraat en omdat mensen daarover tegen hem gingen aanzeiken. Hij wist ook dat er huurachterstanden waren.

Omstreeks de jaarwisseling van 2008 betaalde Hannah Klinieken B.V. ineens geen huur meer aan de eigenaar van het pand, de heer benadeelde 1. Blijkens het vonnis van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Utrecht van 23 juli 2008 is Hannah Klinieken B.V. hoofdelijk veroordeeld tot ontruiming van het pand voor 23 augustus 2008 en tot betaling van de huurachterstand van € 77.775,00, vermeerderd met de verbeurde boetes ter hoogte van € 13.500,- alsmede de proceskosten van benadeelde 1 ter hoogte van € 1.155,44.

Faillissement Hannah Klinieken B.V.

Hannah Klinieken B.V. is bij vonnis van de rechtbank Utrecht van 21 oktober 2008 in staat van faillissement verklaard, met aanstelling van mr. M. Verhoeff als curator.

Het oordeel van de rechtbank 

Verdere bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1

Onttrekken goederen aan de boedel - A

Op naam van Hannah Klinieken B.V. is in de periode van 30 juni 2008 tot en met 4 september 2008 een grote hoeveelheid computers met toebehoren besteld bij Dell B.V.

verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij van deze bestellingen één Dell laptop heeft ontvangen. Hij heeft nooit voor deze laptop betaald. Hij heeft deze laptop ook niet aangeboden aan de curator in het faillissement.

Boekhoudplicht - B

De curator heeft aan verdachte en medeverdachte 1 verzocht om de administratie van Hannah Klinieken B.V. ter beschikking te stellen. De curator heeft vervolgens geconstateerd dat niet is voldaan aan de boekhoudverplichting op grond van artikel 3:15a BW (de rechtbank begrijpt: 3:15i BW), namelijk de verplichting tot het te voorschijn brengen van de tot de administratie behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers waarover de bewaarplicht zich uitstrekt.

Getuige 2 heeft verklaard dat verdachte de loonadministratie deed. Ze noemt hem de boekhouder. De administratie werd bewaard in de villa, op de begane grond.

Volgens getuige 3 deed verdachte de boekhouding. De boekhouding stond bij haar op kantoor in de villa. Het klopt niet dat die verloren is gegaan bij de brand. Op verzoek van medeverdachte 1 is de administratie in de week voor de brand op 5 september 2008 ingepakt, omdat deze naar het kantoor van verdachte zou gaan.

Op 3 september 2008 zag zij dat de villa en het bedrijf compleet gestript waren. Alles was weg. De administratie en boekhouding is dus absoluut niet verbrand.

Getuige 4 van verhuis- en opslagbedrijf bedrijf heeft op 2 september 2008 telefonisch van medeverdachte 2 opdracht gekregen om met spoed spullen op te halen bij Hannah Klinieken op de adres in plaats. Vervolgens is een kantoorinventaris bestaande uit onder meer twee à drie dozen administratie uit de villa van genoemd bedrijf bij zijn bedrijf opgeslagen.

Verbalisant 1 heeft verklaard dat uit een afgeluisterd en opgenomen tapgesprek van 23 september 2008, met het bij medeverdachte 1 in gebruik zijnde telefoonnummer nummer, blijkt dat medeverdachte 1 een gesprek voert met ene ‘A’ (fonetisch).

W = medeverdachte 1.
O = A.

“W: Wij houden wel bij wat voor omzet er iedere maand gemaakt is, alleen op het moment dat wij die villa zo snel mogelijk leeg moesten maken is alles in dozen gegaan. Dus wij zijn nu al die dozen aan het nalopen waar de omzetgegevens zijn gebleven, maar we kunnen tot op heden de server niet in.
O: En wat is er dan met de server?
W: Die zit zo vast als een huis. En wat ik nu gedaan heb, is gekeken om de harde schijf er uit te trekken en te kijken of ik die extern kan laten uitlezen.”

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1

Bestuurder

Door de verdediging is aangevoerd dat het enkele feit dat de verdachte korte tijd bestuurder is geweest, niet zonder meer redengevend is voor het bewijs. Verdachte zou een zeer beperkt takenpakket hebben gehad en slechts als boekhouder de loonadministratie hebben gevoerd.

De rechtbank acht evenwel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte - sinds zijn inschrijving als alleen/bevoegd bestuurder in het handelsregister van de Kamers van Koophandel op 13 juni 2008 tot en met de aangiftedatum van de curator op 16 december 2008 - bestuurder van Hannah Klinieken B.V. is geweest. Naast deze statutaire inschrijving acht de rechtbank voornoemde getuigenverklaringen van getuige 1, getuige 2, medeverdachte 1 en medeverdachte 2 redengevend voor dit ten laste gelegde onderdeel.

Onttrekken goederen aan de boedel - A

Gelet op de bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte één ten laste gelegde computer aan de boedel heeft onttrokken voordat het faillissement is uitgesproken.

Door de verdediging is aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte opzet heeft gehad op het bedrieglijk verkorten van de rechten van de schuldeisers door goederen aan de boedel te onttrekken.

Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat verdachte minstens voorwaardelijk opzet moet hebben gehad om de rechten van schuldeisers te verkorten.

De gedragingen van verdachte hebben de aanmerkelijke kans op verkorting van de rechten van de schuldeisers doen ontstaan, nu de computer anders in de failliete boedel zou zijn gebleven waaruit de schuldeisers voldaan zouden kunnen worden. Uit de bewijsmiddelen volgt tevens dat verdachte deze kans bewust heeft aanvaard.

Boekhoudplicht - B

Door de verdediging is met betrekking tot de boekhoudplicht ook aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte opzet heeft gehad op het bedrieglijk verkorten van de rechten van de schuldeisers. Bovendien zou onvoldoende zijn gebleken dat de rechten van de schuldeisers daadwerkelijk zijn verkort.

Zoals hiervoor al aangegeven volgt uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat verdachte minstens voorwaardelijk opzet moet hebben gehad om de rechten van schuldeisers te verkorten en dat niet vereist is dat de rechten van schuldeisers als gevolg van dat handelen ook daadwerkelijk zijn verkort.

Door het niet op vordering van de curator uitleveren van de bestaande administratie heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op benadeling van de schuldeisers doen ontstaan. Zonder administratie heeft de curator immers geen zicht op de baten en lasten van de vennootschap en weet hij daarmee niet wat hij onder welke schuldeisers kan verdelen.

Uit het voorgaande volgt dat ook ten aanzien van deze gedraging aan de voorwaarde is voldaan dat verdachte heeft gehandeld ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers.

Verdere bewijsmiddelen ten aanzien van feit 2
Bestelling I bij Dell B.V.

Op 30 juni 2008 is er op naam van Hannah Klinieken B.V. een order voor een grote hoeveelheid computers met toebehoren geplaatst bij Dell B.V. De order met nummer 14312883.5 is op 4 juli 2008 op naam van verdachte ondertekend. Hetzelfde geldt voor de bijbehorende lease- en/of financieringsovereenkomst met nummer 103224-0 van G.E. Capital B.V.

medeverdachte 1 heeft ter terechtzitting als getuige verklaard dat hij de order van Dell B.V. en de lease- en/of financieringsovereenkomst van GE Capital B.V. voor verdachte heeft ondertekend, omdat verdachte had aangegeven daarvoor geen tijd te hebben.

Blijkens de lease- en financieringsovereenkomst heeft Hannah Klinieken B.V. aan
GE Capital B.V. een machtiging tot automatische incasso verleend tot het afschrijven van het geld van bankrekeningnummer nummer.

Hierna is de bestelling I in gedeelten afgeleverd in de periode van 7 juli 2008 tot en met 25 juli 2008 op de adres te plaats.

Bestelling II bij Dell B.V.

Op 7 augustus 2008 heeft medeverdachte 1 opnieuw contact met Dell B.V. opgenomen voor nog een order.

Op 4 september 2008 is vanaf het e-mailadres E-mailadres de navolgende e-mail gestuurd aan E-mailadres. Touch N’Lease is een tussenpersoon van IBM Nederland Financieringen B.V.

“Hierbij deel ik u mee, dat de heer medeverdachte 2 (…) vandaag bij u langs komt om de contracten te tekenen. Hij heeft hierbij volledige volmacht om namens HannaH Klinieken BV (Amersfoort) rechtsgeldig alle handelingen te verrichten die noodzakelijk en gewenst zijn om de continuïteit van onze onderneming te waarborgen en te garanderen.

Hoogachtend, 
verdachte
HannaH Klinieken B.V.

Namens Hannah Klinieken B.V. heeft medeverdachte 2 op 4 september 2008 de lease- en/of financieringsovereenkomst van IBM Nederland Financieringen B.V. met nummer 15000027 getekend. medeverdachte 2 geeft daarbij als functie ‘manager’ op.

Blijkens deze lease- en/of financieringsovereenkomst heeft Hannah Klinieken B.V. aan IBM Nederland Financieringen B.V. een machtiging tot automatische incasso verleend tot het afschrijven van het geld van bankrekeningnummer nummer.

Vervolgens heeft de levering van bestelling II plaatsgevonden op de adres te plaats.

In totaal is er voor € 104.298,81 aan computers met toebehoren besteld en afgeleverd bij Hannah Klinieken B.V.

Volgens getuige 3 zouden de computers gebruikt worden in het bedrijf, maar zijn ze door medeverdachte 1 meegenomen. Sinds de aflevering van de dozen op de adres heeft ze de computers niet meer gezien. Ze vond dit gek omdat Hannah Klinieken er financieel niet sterk voor stond.

Uit afgeluisterde en opgenomen tapgesprekken tussen onder meer verdachten medeverdachte 1, medeverdachte 2 en verdachte is gebleken dat medeverdachte 1 op 11 september 2008 Dell B.V. maant tot het leveren van de computers, omdat hij anders zal stoppen met het afnemen van goederen bij Dell B.V. Daarnaast blijkt uit de afgeluisterde en opgenomen tapgesprekken dat medeverdachte 1 en medeverdachte 2 tussen 15 september 2008 en 3 oktober 2008 computers aan derden verkochten. Medeverdachte 1 heeft ter terechtzitting als getuige verklaard dat hij deze afgeluisterde en opgenomen tapgesprekken heeft gevoerd en de daarin beschreven handelingen heeft gepleegd.

medeverdachte 1 heeft verder als getuige ter terechtzitting verklaard dat de 36 dozen met computers en toebehoren - welke dozen op 26 november 2008 in de berging van zijn woning in Nootdorp zijn aangetroffen - onderdeel uitmaakten van de bestellingen die op naam van Hannah Klinieken B.V. bij Dell B.V. zijn gedaan.

Uit de afgeluisterde en opgenomen tapgesprekken blijkt daarnaast dat verdachte op 8 oktober 2008 door de heer benadeelde 2 van Capital Solutions wordt gebeld over de financiering en verzekering van de geleverde Dell apparatuur. verdachte zegt dat hij daarover terug zal bellen.

Uit de aangifte van benadeelde 3 namens Dell B.V. en de overige benadeelden blijkt dat Hannah Klinieken B.V. nooit een termijn heeft betaald aan de financierders.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 2

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte niemand heeft bewogen tot de afgifte van computers of het aangaan van een schuld in de vorm van een leaseovereenkomst. Verdachte was – anders dan zijn medeverdachten medeverdachte 1 en medeverdachte 2 – geen feitelijk leidinggever of feitelijk opdrachtgever van de verboden gedragingen. Ook kan niet worden bewezen dat verdachte door zijn handelen het oogmerk heeft gehad zichzelf of anderen wederrechtelijk te bevoordelen.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat Hannah Klinieken B.V. door middel van het aannemen van een valse hoedanigheid en een samenweefsel van verdichtsels Dell B.V. heeft bewogen tot de afgifte van goederen, te weten een groot aantal computers met toebehoren ter waarde van € 104.298,81. Daarnaast heeft Hannah Klinieken B.V. de bedrijven GE Capital Lease en IBM Nederland Financieringen door middel van een valse hoedanigheid en een samenweefsel van verdichtsels bewogen tot het aangaan van een schuld in de vorm van leaseovereenkomsten.

Het door Hannah Klinieken B.V. aannemen van een valse hoedanigheid en samenweefsel van verdichtsels heeft er feitelijk uit bestaan dat verdachte en zijn medeverdachten zich hebben voorgedaan als vertegenwoordigers van de betalende klant Hannah Klinieken B.V. ten tijde van het ondertekenen van de offerten en leaseovereenkomsten bij voornoemde bedrijven. Zij hebben dit onder meer gedaan door machtigingen tot automatische incasso af te geven op naam van Hannah Klinieken B.V. die – naar zij wisten – in zeer slechte financiële omstandigheden verkeerde en niet in staat was aan de afgesproken betalingsverplichtingen te voldoen.

Uit niets is gebleken dat Hannah Klinieken B.V., verdachte en zijn medeverdachten de intentie hebben gehad namens Hannah Klinieken B.V. voor de geleverde computers te betalen. Uit de bewijsmiddelen volgt zelfs dat de medeverdachten medeverdachte 1 en medeverdachte 2 direct na de levering van de Dell-computers aan Hannah Klinieken B.V. over zijn gegaan tot het verkopen van deze computers aan derden. Het kan dan ook niet anders zijn dan dat het oogmerk bestond om Dell B.V., GE Capital B.V. en IBM Nederland Financieringen B.V. op te lichten.

De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen en voornoemde overwegingen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en zijn medeverdachten telkens feitelijk leiding hebben gegeven aan die verboden gedraging.

De rechtbank stelt vast dat verdachte en zijn medeverdachten geen maatregelen ter voorkoming van de oplichting hebben getroffen, terwijl zij daartoe wel bevoegd en redelijkerwijs gehouden waren. Het waren verdachte en zijn medeverdachten die de feitelijke oplichtingshandelingen namens de rechtspersoon Hannah Klinieken B.V. hebben gepleegd. Zij hebben dan ook bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de oplichting zich voor zou doen, waardoor ze die gedraging opzettelijk hebben bevorderd.

Verdere bewijsmiddelen ten aanzien van feit 3

verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de periode van 31 december 2007 tot en met 15 juli 2009 een balans per 31 december 2007 voor CosMedischCentrum B.V. en een financiële prognose voor de jaren 2008 en 2009 voor CosMedischCentrum Amersfoort B.V. heeft opgemaakt. Hij heeft deze stukken ter beschikking gesteld aan medeverdachte 2.

In de financiële prognose voor de jaren 2008 en 2009, gedateerd 14 juli 2008, wordt vermeld dat CosMedischCentrum Amersfoort B.V. op 21 maart 2002 is opgericht.

Blijkens informatie van de Kamers van Koophandel zijn CosMedischCentrum Amersfoort B.V. en CosMedischCentrum B.V. geen bestaande rechtspersonen noch rechtspersonen die in het verleden hebben bestaan.

Wel volgt uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel dat CMC Cosmedisch Centrum Amersfoort een handelsnaam is van Oosten Multi Media B.V. Deze handelsnaam staat echter pas met ingang van 1 februari 2008 en tot en met 24 juni 2008 in het handelsregister geregistreerd.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 3

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is niet gebleken dat verdachte de ‘print voor eigen administratie’ betreffende de aangifte inkomstenbelasting 2007 van medeverdachte 2 heeft opgesteld. Daarnaast is niet gebleken dat verdachte wist dan wel had moeten vermoeden dat de balans en de financiële prognose die door hem zijn opgesteld bestemd waren ter onderbouwing van een aanvraag tot het openen van (een) bankrekening(en) met kredietfaciliteit. Verdachte moet dan ook partieel worden vrijgesproken van deze onderdelen van de tenlastelegging.

Gelet op de bewijsmiddelen is de rechtbank met betrekking tot de balans en de financiële prognose van oordeel dat verdachte deze stukken valselijk heeft opgemaakt, met het oogmerk deze als echt en onvervalst door anderen te doen gebruiken. De rechtbank baseert dit oordeel op het door de verdachte opmaken van die stukken op naam van rechtspersonen die nooit bestaan hebben, alsmede het door de verdachte aan medeverdachte 2 ter beschikking stellen van deze stukken.

Nu de rechtbank de aan verdachte onder 3 eerste alternatief ten laste gelegde valsheid in geschrift bewezen acht, komt de rechtbank niet toe aan een oordeel over de onder 3 als tweede alternatief ten laste gelegde oplichting.

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

Bewezenverklaring

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

  • Feit 1: als bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon, enig goed aan de boedel onttrekken, en niet voldoen aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek en artikel 15i, eerste lid, van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in die artikelen bedoeld.
  • Feit 2: oplichting, gepleegd door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.
  • Feit 3: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Strafoplegging

Alles afwegende zal de rechtbank een taakstraf voor de duur van 120 uren, te vervangen door hechtenis voor de duur van 60 dagen, aan de verdachte opleggen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan faillissementsfraude, oplichting en valsheid in geschrift.

Kort voor het faillissement is op naam van Hannah Klinieken B.V. een grote hoeveelheid Dell-computers besteld en afgeleverd. Verdachte was op dat moment alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van Hannah Klinieken B.V. en heeft zich één van deze computers toegeëigend zonder daar voor te betalen of hiervan melding aan de curator te maken.
Door aldus te handelen heeft verdachte als bestuurder van de failliete rechtspersoon de schuldeisers in het faillissement benadeeld. Deze computer had de curator immers kunnen verkopen en de opbrengst (na aftrek van de kosten) onder de gezamenlijke schuldeisers kunnen verdelen.

Door bovendien na te laten een deugdelijke administratie te voeren en deze administratie aan de curator te overhandigen, zijn de rechten van de schuldeisers eveneens benadeeld. De verdachte heeft het de curator door zijn handelen immers lastig gemaakt het faillissement op een juiste wijze af te wikkelen en de schuldeisers (voor zover mogelijk) schadeloos te stellen. De rechtbank neemt het de verdachte bijzonder kwalijk dat hij zich als boekhouder van Hannah Klinieken B.V. schuldig heeft gemaakt aan dit strafbare handelen.

Verdachte heeft daarnaast feitelijk leiding gegeven aan het oplichten van de bedrijven Dell B.V., GE Capital Lease, IBM Nederland Financieringen door Hannah Klinieken B.V. Voornoemde bedrijven zijn door deze oplichting bewogen tot de afgifte van een groot aantal computers met toebehoren ter waarde van € 104.298,81 en bijbehorende leaseovereenkomsten. Er is nooit voor deze computers met toebehoren betaald.

Tot slot heeft verdachte een valse balans en een valse financiële prognose opgesteld teneinde deze valse stukken door anderen te laten gebruiken. Hiermee is het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer bestaat in de juistheid van dit soort geschriften beschaamd. Verdachte heeft deze stukken onder de naam van zijn bedrijf ‘CLW Accountancy’ opgesteld en de rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij zich in die hoedanigheid schuldig heeft gemaakt aan dit strafbare handelen.

Daar komt nog bij dat de verdachte geen enkel inzicht heeft getoond in het laakbare van zijn handelen. Hij schuift de schuld in de schoenen van andere natuurlijke personen alsmede rechtspersonen.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF