Veroordeling (beroemde) katvanger tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een bestuursverbod voor de maximale duur vanwege forse recidive

Rechtbank Rotterdam 11 juli 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:5590

De verdachte is in een aantal faillissementen opgetreden als zogeheten ‘katvanger’. Hij heeft in het zicht van een naderend faillissement tegen een vergoeding steeds de betreffende rechtspersoon overgenomen. De verdachte heeft vervolgens als bestuurder van deze rechtspersonen niet voldaan aan zijn wettelijke verplichtingen om een volledige administratie te voeren, te bewaren en, nadat de rechtspersonen failliet waren verklaard, aan de curator ter beschikking te stellen.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Gevangenisstraffen tot 20 maanden geëist tegen verdachten van faillissementsfraude

Het Openbaar Ministerie heeft op 17 juli in de rechtbank in Rotterdam gevangenisstraffen tot 20 maanden geëist tegen twee verdachten van fraude bij het faillissement van een vermogensbeheerder uit Den Haag. Het bedrijf gaf advies bij het opzetten van juridische constructies. Na het faillissement in maart 2014 zijn schuldeisers voor meer dan 1.000.000 euro benadeeld.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Verdachte twee weken vast in onderzoek naar wegsluizen miljoenen na faillissement

Een 49-jarige man uit België die begin juli is aangehouden door de FIOD, is door de rechter-commissaris in bewaring gesteld voor 14 dagen. De man en aan hem gelieerde ondernemingen worden verdacht van faillissementsfraude, valsheid in geschrift en witwassen in de periode van 2013 tot en met heden. Hij zou miljoenen hebben onttrokken aan zijn bedrijven in het zicht van een faillissement.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

De contouren van het nemo tenetur-beginsel in faillissement en de verhouding tot de Wet versterking positie curator

In artikel bespreken de auteurs de contouren van het nemo tenetur-beginsel in faillissement. Centraal staat de verhouding tussen de inlichtingenplicht van de failliet en zijn uit art. 6 EVRM voortvloeiende recht om zichzelf niet te incrimineren. Verschillende vragen die in dit verband rijzen, zoals de aard en strekking van het nemo tenetur-beginsel, het verschil in benadering van het beginsel tussen het EHRM en de Hoge Raad, de betekenis van de door de Hoge Raad geïntroduceerde rechterlijke restrictie worden in dit artikel aan de orde gesteld.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF

Overgangs(recht)perikelen, informatieplicht en administratieplicht

Rechtbank Limburg 14 mei 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:4459

De rechtbank kan uit de bewijsmiddelen niet opmaken de bestuurder van de gefailleerde onderneming de ontbrekende administratie niet heeft opgemaakt/laten opmaken, of deze niet is bewaard of dat die administratie wel is opgemaakt en bewaard, maar (alleen) niet is overgelegd. Omdat het niet overleggen, oftewel ‘tevoorschijn brengen’ van de boekhouding op zichzelf al strafbaar is, kan in het midden blijven waarom dat niet is gebeurd. De rechtbank acht daarmee bewezen dat het aan de verdachte te wijten is geweest dat hij in van maart 2015 tot en met juni 2016 als bestuurder van de onderneming, niet (volledig) heeft voldaan aan de in de wet omschreven verplichting om de boekhouding tevoorschijn te brengen.

Read More
Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF